Wat zegt het Rijksregister precies over handelings(on)bekwaamheid?

Sinds begin dit jaar moet het Rijksregister een overzicht geven van de akten en beslissingen m.b.t. de bekwaamheid van de meerderjarige en de onbekwaamheid van de minderjarige. Ook de vertegenwoordiger of de persoon die de meerderjarige of minderjarige bijstaat, moet worden vermeld. Of zo is het toch in theorie. Want nu pas krijgt deze regel uit de WAV-wet (Wet Administratieve Vereenvoudiging) van 2013 verder uitvoering en wordt duidelijk welke gegevens precies moeten worden opgenomen.

Het gaat om:

de akten en beslissingen betreffende de bekwaamheid van de meerderjarige en de onbekwaamheid van de minderjarige; en

de naam, de voornaam én het adres van de persoon die een minderjarige, een onbekwaamverklaarde, een geplaatste persoon, een geïnterneerde of een persoon in staat van verlengde minderjarigheid vertegenwoordigt of bijstaat.

Met deze informatie zullen notarissen sneller en makkelijker de juridische bekwaamheid kunnen nagaan van partijen die betrokken zijn bij een authentieke akte. Dat geldt ook voor andere instanties, denk maar aan de RVA die zo'n controle uitvoert in het kader van beslissingen en uitbetalingen van toelagen, pensioenen en vergoedingen die moeten gericht worden aan de wettelijke vertegenwoordiger van de sociaal verzekerde. De kennis van de juridische onbekwaamheid is tot slot ook van belang m.b.t. betekeningen en kennisgevingen aan personen met een voorlopige bewindvoerder.

De gegevens worden in het KB van 8 januari 2006 dan ook bijgevoegd in het onderdeel over rechts(on)bekwaamheid waar nu al informatie over de bewindvoering wordt vermeld. Sinds 1 september 2014 moet immers duidelijk worden aangegeven wanneer een vrederechter iemand onder de bescherming en begeleiding van een bewindvoerder heeft geplaatst. Mét daarbij een duidelijk onderscheid tussen 'een bewind over het beheer van goederen' en 'een bewind m.b.t. handelingen die de persoon raken'. Ook de identiteitsgegevens van de bewindvoerder (naam, voornaam en adres) of de persoon vermeld in de rechterlijke beslissing waarbij een beschermingsmaatregel wordt opgelegd, beëindigd of gewijzigd, moeten worden gemeld.

De regering maakt van de gelegenheid gebruik om ook het KB van 16 juli 1992 aan te passen waarin staat welke informatie er wordt opgenomen in de bevolkingsregisters en vreemdelingenregisters. Voortaan worden de naam, voornaam en adresgegevens van de ouders aan wie het exclusieve ouderlijke gezag werd opgedragen in toepassing van artikel 374 van het Burgerlijk Wetboek opgenomen in de bevolkingsregisters en in het dossier van de betrokken niet-ontvoogde minderjarige kinderen. Door die informatie op te nemen kan er een onderscheid worden gemaakt met situaties waarbij een beschermingsmaatregel wordt genomen ten opzichte van de betrokken, minderjarige of meerderjarige persoon, zelf.

Het KB van 4 mei 2015 heeft retroactief uitwerking vanaf 1 januari 2015.

Bron: Koninklijk besluit van 4 mei 2015 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 1992 tot vaststelling van de informatie die opgenomen wordt in de bevolkingsregisters en in het vreemdelingenregister en het koninklijk besluit van 8 januari 2006 tot bepaling van de informatietypes, verbonden met de informatiegegevens bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, teneinde het informatiegegeven betreffende de rechtsbekwaamheid aan te vullen, BS 22 mei 2015.

Zie ook
Wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging ( art.15-20 ), BS 31 december 2013.
Wet van 8 augustus 1993 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, BS 21 april 1984. ( Rijksregisterwet art.3 )

Share