Fiscus publiceert geïndexeerde bedragen inkomstenbelastingen voor aanslagjaar 2016

De belastingadministratie heeft in het Belgisch Staatsblad van 21 januari 2015 de tabellen gepubliceerd met de basisbedragen en de geïndexeerde bedragen inzake inkomstenbelastingen voor het aanslagjaar 2016, die voorkomen in het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992).

Geen indexering voor?

Heel wat bedragen voor het aanslagjaar 2016 (aj. 2016) werden niet geïndexeerd. Ze bleven ongewijzigd t.o.v. de 'aangepaste' bedragen voor het aanslagjaar 2015 (aj. 2015).

De belastingadministratie heeft immers de bedragen inzake inkomstenbelastingen voor het aj. 2015, die in januari 2014 in het Staatsblad verschenen, afgestemd op de wijzigingen die de wet van 8 mei 2014, de wet van 15 mei 2014 en de programmawet van 19 december 2014 in het WIB 1992 hebben aangebracht.
De aangepaste bedragen voor het aj. 2015 verschenen in het Staatsblad van 21 januari 2015.

Deze 'herziening' komt er onder meer doordat de Federale Regering de indexering van enkele 'fiscale uitgaven' (die niet gerelateerd zijn aan het activiteitsinkomen) tot en met het aanslagjaar 2018 heeft 'bevroren' op de geïndexeerde bedragen die gelden voor het aanslagjaar 2014.

De volgende bedragen, die gelden voor het aj. 2016, werden niet geïndexeerd en blijven dus ongewijzigd t.o.v. de 'aangepaste' bedragen voor aj. 2015:

1) bijkomende toeslag voor ieder kind jonger dan 3 jaar voor wie geen uitgaven voor kinderoppas worden afgetrokken (verhoging van de belastingvrije som): ? 560 (art. 132, 1ste lid, 6°, WIB 1992);

2) maximumbedrag van het belastingkrediet per kind ten laste: ? 430 (art. 134, § 3, 2de lid en § 4, 5°, WIB 1992);

3) minimumbedrag van de aftrekbare kosten, wanneer de bestaansmiddelen bestaan in bezoldigingen van werknemers of in baten: ? 430 (art. 142, 2de lid, WIB 1992);

4) minimum voordeel van alle aard voor het persoonlijk gebruik van een kosteloos ter beschikking gesteld voertuig: ? 1.250 (art. 36, § 2, WIB 1992);

5) vrijgesteld bedrag van de vergoedingen door de werkgever toegekend als terugbetaling of betaling van reiskosten van de woonplaats naar de plaats van tewerkstelling voor zover de werknemer, die aanspraak maakt op de forfaitaire beroepskosten, de verplaatsing maakt met een ander vervoermiddel dan het openbaar gemeenschappelijk vervoer of het georganiseerd gemeenschappelijk vervoer van personeelsleden: ? 380 (art. 38, § 1, 1ste lid, 9°, c, WIB 1992);

6) maximumbedrag vrijstelling fietsvergoeding per kilometer: ? 0,22 (art. 38, § 1, 1ste lid, 14°, WIB 1992);

7) maximumbedrag per belastbaar tijdperk van de tussenkomsten van de werkgever in de door de werknemer betaalde aankoopprijs in nieuwe staat van een PC, al dan niet met randapparatuur, internetaansluiting en internetabonnement: ? 840 (art. 38, § 1, 1ste lid, 17°, WIB 1992);

8) maximum aftrek kosten per km met de fiets: ? 0,22 (art. 66bis, 3de lid, WIB 1992);

9) maximumbedrag per belastingplichtige van de uitgaven betaald voor prestaties in het kader van plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen of voor prestaties betaald met dienstencheques (Vlaams, Brussels en Waals Gewest): ? 1.400 (art. 145(21), 1ste lid, WIB 1992);

10) vernieuwing van een woning gelegen in een zone voor positief grootstedelijk beleid: maximumbedrag van de belastingvermindering per belastbaar tijdperk en per woning (Vlaams, Brussels en Waals Gewest): ? 760 (art. 145(25), 6de lid, WIB 1992);

11) beveiliging van een woning tegen inbraak of brand: maximumbedrag van de belastingvermindering per belastbaar tijdperk en per woning (Brussels Gewest): ? 760 (art. 145(31), 4de lid, WIB 1992);

12) interesten en betalingen voor de aflossing of de wedersamenstelling van een hypothecaire lening die specifiek is gesloten om een enige woning te verwerven of te behouden: verhoging gedurende de eerste 10 belastbare tijdperken: ? 760 (art. 145(37), § 2, 2de lid, WIB 1992, Waals Gewest en art. 145(37), § 2, 2de lid, WIB 1992, Brussels Gewest); verhoging van de in het vorige punt vermelde bedrag wanneer de belastingplichtige 3 of meer kinderen ten laste heeft op 1 januari van het jaar na dat waarin de leningsovereenkomst is afgesloten: ? 80 (art. 145(37), § 2, 3de lid, WIB 1992, Waals Gewest en art. 145(37), § 2, 3de lid, WIB 1992, Brussels Gewest);

13) minimumbedrag van de vermeerdering ingeval geen of ontoereikende voorafbetalingen gedaan zijn: ? 40 (art. 163, WIB 1992);

14) gewestelijke weerwerkpremie: maximumbedrag van de brutopremie per maand: ? 180 (art. 171, 7°, WIB 1992);

15) bedrag van het belastingkrediet: ? 670 (art. 289ter, § 2, 2de lid, 1° tot 3°, WIB 1992);

16) grensbedragen van de activiteitsinkomsten voor de berekening van het bedrag van het belastingkrediet (verschil): ? 1.660 (art. 289ter, § 2, 4de lid, WIB 1992);

17) bedrag van het belastingkrediet voor werknemers die andere dan krachten een arbeidsovereenkomst arbeid verrichten in de overheidssector: ? 740 (art. 289ter, § 2, 5de lid, WIB 1992);

18) vrijgestelde inkomsten uit spaardeposito?s: ? 1.880 (art. 21, 5°, WIB 1992);

19) vrijgestelde dividenden van erkende coöperatieve vennootschappen: ? 190 (art. 21, 6°, WIB 1992);

20) vrijgestelde interesten of dividenden van vennootschappen met een sociaal oogmerk: ? 190 (art. 21, 10°, WIB 1992);

21) berekening van het maximale bedrag van levensverzekeringen en kapitaalaflossingen: ? 1.880 en ? 2.260 (art. 145(6), 1ste lid, WIB 1992);

22) eerste schijf van het aanvangsbedrag van leningen: ? 75.270 (art. 145(6), 2de lid, WIB 1992);

23) beperking van de betalingen voor verwerving van werkgeversaandelen: ? 750 (art. 145(7), § 1, 4de lid, WIB 1992);

24) maximumbedrag van de aan de Koning verleende mogelijkheid om, bij in Ministerraad overlegd besluit, de grens van de beperking te verhogen: ? 1.510 (art. 145(7), § 1, 4de lid, WIB 1992);

25) beperking van de betalingen voor het pensioensparen: ? 940 (art. 145(8), 2de lid, WIB 1992);

26) pensioensparen: maximumbedrag van de aan de Koning verleende mogelijkheid om, bij in Ministerraad overlegd besluit, de grens van de beperking te verhogen: ? 1.510 (art. 145(8), 2de lid, WIB 1992);

27) energiebesparende uitgaven: maximumbedrag van de belastingvermindering per belastbaar tijdperk per woning: ? 3.010 (art. 145(24), § 1, 2de lid, WIB 1992);

28) energiebesparende uitgaven: verhoging van het maximumbedrag voor zover het betrekking heeft op een overgedragen vermindering voor uitgaven voor de plaatsing van zonnecelpanelen: ? 900 (art. 145(24), § 1, 2de lid, WIB 1992);

29) maximumvermindering in geval van aanschaffing van een vierwieler: ? 4.940 (art. 145(28), § 1, 3de lid, WIB 1992);

30) maximumvermindering in geval van aanschaffing van een motorfiets of een driewieler: ? 3.010 (art. 145(28), § 1, 3de lid, WIB 1992);

31) minimumbedrag van de gestorte sommen voor een ontwikkelingsfonds: ? 380 (art. 145(32), 2de lid, WIB 1992);

32) maximum belastingvermindering per belastbaar tijdperk: ? 320 (art. 145(32), 4de lid, WIB 1992);

33) minimumbedrag van een gift dat recht geeft op belastingvermindering: ? 40 (art. 145(33), § 1, 2de lid, WIB 1992);

34) maximumbedrag van het totale bedrag van de giften waarvoor belastingvermindering wordt verleend: ? 376.350 (art. 145(33), § 1, 4de lid, WIB 1992);

35) in aanmerking te nemen maximumbedrag van de belastingvermindering voor bezoldiging huisbediende: ? 7.530 (art. 145(34), 5de lid, WIB 1992);

36) belastingvermindering wanneer het netto-inkomen uitsluitend uit pensioenen of andere vervangingsinkomsten bestaat: ? 2.024,12 (art. 147, 1°, WIB 1992);

37) belastingvermindering wanneer het netto-inkomen uitsluitend uit werkloosheidsuitkeringen bestaat: ? 2.024,12 (art. 147, 7°, WIB 1992);

38) belastingvermindering wanneer het netto-inkomen uitsluitend uit wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkeringen bestaat: ? 2.598,29 (art. 147, 9°, WIB 1992);

39) grensbedragen van het belastbare inkomen voor de toepassing van de belastingvermindering voor werkloosheidsuitkeringen: ? 28.000, ? 22.430 en ? 5.570 (verschil) (art. 151, WIB 1992);

40) grensbedragen van het belastbare inkomen voor de toepassing van de niet in artikel 151 WIB 1992 vermelde belastingverminderingen: ? 44.860, ? 22.430 en ? 22.430 (verschil) (art. 152, WIB 1992);

41) belastingvermindering wanneer het netto-inkomen van niet-inwoners zonder tehuis in België uitsluitend uit pensioenen of andere vervangingsinkomsen, of uit werkloosheidsuitkeringen bestaat: ? 3.601,93 (art. 243, 2de lid, 1°, WIB 1992);

42) belastingvermindering wanneer het netto-inkomen van niet-inwoners zonder tehuis in België uitsluitend uit wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkeringen bestaat: ? 4.176,13 (art. 243, 2de lid, 3°, WIB 1992);

43) belastingvermindering voor lage energiewoning per belastbaar tijdperk en woning: ? 450 (art. 145(24), § 2, 7de lid, WIB 1992);

44) belastingvermindering voor passiefwoning per belastbaar tijdperk en woning: ? 900 (art. 145(24), § 2, 7de lid, WIB 1992);

45) belastingvermindering voor nulenergiewoning per belastbaar tijdperk en woning: ? 1.810 (art. 145(24), § 2, 7de lid, WIB 1992);

46) maximum aftrekbaar bedrag per belastingplichtige en per belastbaar tijdperk van de interesten, kapitaalaflossingen en premies voor levensverzekeringen voor het verwerven of behouden van de enige woning: ? 2.260 (art. 115, 1ste lid, 6°, WIB 1992);

47) verhoging gedurende de eerste 10 belastbare tijdperken van het in het vorige punt vermelde bedrag: ? 750 (art. 116, 1ste lid, WIB 1992);

48) verhoging van de in het vorige punt vermelde bedrag wanneer de belastingplichtige 3 of meer kinderen ten laste heeft op 1 januari na het afsluiten van het leningcontract: ? 80 (art. 116, 2de lid, WIB 1992);

49) jaarlijks maximumbedrag voor de niet-reccurente resultaatsgebonden voordelen: ? 2.722 (art. 38, § 1, 1ste lid, 24°, WIB 1992);

50) kosteloze verstrekking van verwarming verleend aan leidinggevend personeel en bedrijfsleiders: ? 1.900 (art. 18, § 3, 4°, WIB 1992);

51) kosteloze verstrekking van elektriciteit (gebruikt tot andere doeleinden dan verwarming) verleend aan andere verkrijgers: ? 430 (art. 18, § 3, 4°, WIB 1992);

Forfaitaire beroepskosten

De inkomensschijven en percentages voor de berekening van de forfaitaire beroepskosten zien er voor het aanslagjaar 2016 als volgt uit (art. 51, WIB 1992):

voor bezoldigingen van werknemers: 29,35% van de eerste schijf van ? 5.760; 10,50% van de schijf van ? 5.760 tot ? 11.380; 8% van de schijf van ? 11.380 tot ? 19.390; 3% van de schijf boven ? 19.390;

voor bezoldiging van bedrijfsleiders: 3%;

voor bezoldigingen van meewerkende echtgenoten: 5%;

voor baten: 28,7% van de eerste schijf van ? 5.730; 10% van de schijf van ? 5.730 tot ? 11.380; 5% van de schijf van ? 11.380 tot ? 18.940; 3% van de schijf boven ? 18.940.

Maximumbedrag van de forfaitaire beroepskosten voor het aanslagjaar 2016 (art. 51, 3de lid, WIB 1992):

bezoldigingen van werknemers: ? 4.090;

bezoldigingen van bedrijfsleiders: ? 2.380;

bezoldigingen van medewerkende echtgenoten en baten: ? 3.960.

Bron: Stafdienst Beleidsexpertise- en Ondersteuning. - Dienst Reglementering. - Bericht in verband met de automatische indexering inzake inkomstenbelastingen. - Aanslagjaar 2016, BS 21 januari 2015.

Zie ook:
- Stafdienst Beleidsexpertise- en Ondersteuning. - Dienst Reglementering. - Bericht in verband met de automatische indexering inzake inkomstenbelastingen. - Aanslagjaar 2015, BS 21 januari 2015 (?aangepaste? bedragen aj. 2015)
- Programmawet van 19 december 2014, BS 29 december 2014.
- Wet van 8 mei 2014 tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 ingevolge de invoering van de gewestelijke aanvullende belasting op de personenbelasting als bedoeld in titel III/1 van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten, tot wijziging van de regels op het stuk van de belasting van niet-inwoners en tot wijziging van de wet van 6 januari 2014 met betrekking tot de Zesde Staatshervorming inzake de aangelegenheden bedoeld in artikel 78 van de Grondwet, BS 28 mei 2014.
- Wet van 15 mei 2014 houdende uitvoering van het pact voor competitiviteit, werkgelegenheid en relance, BS 22 mei 2014.
- Stafdienst Beleidsexpertise -en ondersteuning. - Administratie van Fiscale Zaken. - Bericht in verband met de automatische indexering inzake inkomstenbelastingen. Aanslagjaar 2015, BS 20 januari 2014.

Share