Arbeidsongeschiktheid: Riziv past omschrijving 'gederfde loon' aan

De dienst voor uitkeringen van het Riziv heeft de verordening aangepast die in uitvoering van de ziekteverzekeringswet het recht op een aantal uitkeringen uitwerkt, zoals de uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid. Vooral de omschrijving van het 'gederfde loon' staat centraal.

Gelegenheidswerknemers

De arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt berekend op basis van het 'gederfde loon'. Het gemiddeld dagloon dat men daarbij in rekening brengt, is gelijk aan het forfaitair dagloon bij een tewerkstelling in een wekelijkse arbeidsregeling van 6 dagen. Dat is de algemene regel voor werknemers voor wie de socialezekerheidsbijdragen worden berekend op een forfaitair dagloon.

Maar voortaan geldt een afwijking voor gelegenheidswerknemers in de horeca. Voor de berekening van hun gemiddeld dagloon verwijst men voortaan naar het KB van 10 juni 2001 over het uniform begrip 'gemiddeld dagloon'. Dit impliceert dat de 'sociale rechten' zoals ziekte en invaliditeit worden berekend op het forfaitair dagloon dat men gebruikt voor de functie 'kelner(in)' in een café.

Deze aanvulling sluit aan bij het nieuw statuut voor gelegenheidsarbeid in de horeca dat sinds vorig jaar van kracht is. Het is dan ook logisch dat de aanvulling retroactief in werking treedt op 1 oktober 2013 en van toepassing is op risico's die plaatsvinden vanaf die datum.

De werkgever kan werken via een uurforfait of via een dagforfait (dimona-aangifte). Onder dit statuut hanteert men twee tellers op jaarbasis - de zogenaamde contingenten: de werkgever kan 100 dagen gelegenheidswerknemers inzetten en de werknemer kan 50 dagen als gelegenheidswerknemer aan de slag zijn.

Werklozen

Voor werklozen geldt een aparte berekeningswijze voor het 'gederfde loon'. Men maakt een onderscheid naargelang de vergoedingsperiode waarin de werkloze zit die arbeidsongeschikt wordt.

Gaat het om de eerste of de tweede vergoedingsperiode, dan is het gederfde loon gelijk aan het gemiddeld dagloon dat op de eerste dag van de arbeidsongeschiktheid in aanmerking zou komen voor het vaststellen van de werkloosheidsuitkering. Zit de werkloze in de derde vergoedingsperiode - met een forfaitaire werkloosheidsuitkering dus - dan wordt het gederfde loon berekend alsof de arbeidsongeschiktheid begonnen was op de laatste werkloosheidsdag van de tweede vergoedingsperiode.

Daarnaast bestaat er een afzonderlijke regeling voor een paar bijzondere uitkeringen binnen de werkloosheidsreglementering, zoals de inschakelingsuitkering en de opleidingsuitkering. In die gevallen is het gederfde loon gelijk aan het minimumloon dat op de aanvangsdatum van de arbeidsongeschiktheid door het aanvullend nationaal paritair comité voor bedienden is vastgesteld. De categorie en de beroepservaring van de bediende die men in rekening brengt, kan verschillen.

Vanaf 1 januari 2015 wordt het minimumloon voor een bediende van categorie I met een beroepservaring van niveau 0 ook in aanmerking genomen bij de bepaling van het gederfde loon voor de gerechtigden die in specifieke gevallen hun uitkering behouden. Zoals bijvoorbeeld bij het aflopen van het tijdvak van voortgezette verzekering voor werknemers 'wier maatschappelijke toestand behartenswaardig is' of na het verlies van de hoedanigheid van werknemer in gecontroleerde werkloosheid.

Los daarvan omschrijft de nieuwe verordening in een nieuwe bepaling het 'gederfde loon' voor vrijwillig deeltijdse werknemers die het werk hervatten en wiens halve werkloosheidsuitkeringen worden verminderd.

Tot slot kunnen we er nog op wijzen dat het 'inlichtingenblad uitkeringen' - opgenomen in bijlage III bij de basistekst - wordt aangepast. Het gaat hier om het luik dat de verzekeringsinstelling en de werkgever moet invullen, én het luik in te vullen door de verzekeringsinstelling en de uitbetalingsinstelling van de werkloosheidsuitkeringen. Ze zijn opgenomen in een nieuwe bijlage bij de verordening van 15 oktober 2014.

In werking

Globaal genomen treedt de verordening van 15 oktober 2014 in werking op 15 november 2014. Maar zoals aangegeven, zijn er een paar specifieke data van inwerkingtreding.

Bron: Verordening van 15 oktober 2014 tot wijziging van de verordening van 16 april 1997 tot uitvoering van artikel 80, 5°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, BS 5 november 2014

Zie ook:
? Koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, BS 5 december 1969 (artikel 31ter, tweede lid van het uitvoeringsbesluit bij de RSZ-wet)
? Koninklijk besluit van 10 juni 2001 waarin, met toepassing van artikel 39 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, het uniform begrip ?gemiddeld dagloon? wordt vastgesteld en sommige wettelijke bepalingen in overeenstemming worden gebracht, BS 31 juli 2001 (artikel 2 van het KB op het uniform begrip ?gemiddeld dagloon?)

Share