Ook schadevergoeding in oude dossiers van verkeersongevallen door toevallige feit met voertuig vrijgesteld van verzekering

Moeten de Staat en openbare instellingen zoals de NMBS een slachtoffer van een verkeersongeval vergoeden wanneer het ongeval te wijten is aan een toevallig feit maar veroorzaakt werd door één van hun voertuigen waarvoor geen burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering werd afgesloten? Het antwoord is ja. Oók als het gaat om personen die slachtoffer werden van dergelijk ongeval vóór de inwerkingtreding van de WAM-wet van 21 november 1989. Zij kwamen tot op vandaag niet in aanmerking.

Dat blijkt uit arrest 148/2014 van het Grondwettelijk Hof. Met dat arrest vernietigt het Hof artikel 14 § 1 van de ?oude? WAM-wet van 1 juli 1956. Tenminste 'in zo verre dat het artikel niet bepaalt dat de Staat of de openbare instelling die gebruik heeft gemaakt van de vrijstelling van verzekering, dezelfde verplichtingen heeft als het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds (GMWF) ten aanzien van slachtoffers van een verkeersongeval dat de wijten is aan een toevallig feit en dat door één van hun voertuigen is veroorzaakt'. De vernietiging geldt vanaf de inwerkingtreding van artikel 50 van de Controlewet Verzekeringen van 9 juli 1975.

Vrijgesteld van verzekering - geen schadevergoeding bij ongeval?

Volgens artikel 14 § 1 van de WAM-wet 1956 zijn de Staat en een aantal openbare instellingen zoals de NMBS en de Regie der Luchtwegen vrijgesteld van de verplichting een burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering af te sluiten voor hun motorrijtuigen mits zij zelf de burgerlijke aansprakelijkheid hebben van alle houders of bestuurders van deze voertuigen. Alleen wanneer een bestuurder door diefstal of geweldpleging de macht krijgt over een motorrijtuig hebben ze ten aanzien van het slachtoffer dezelfde verplichtingen als het GMWF.

Op basis van het vroegere artikel 50 van de Controlewet Verzekeringen konden de slachtoffers ook niet rekenen op een vergoeding van het GMWF. De wet stelde uitdrukkelijk dat 'het Fonds niet gehouden is de schade te vergoeden wanneer die is veroorzaakt door motorrijtuigen zoals bedoeld in artikel 14 van de wet van 1 juli 1965 en er gebruik is gemaakt van de vrijstelling tot het afsluiten van een verzekering'.

De regelgeving werd echter hervormd en bij de inwerkingtreding van de gewijzigde Controlewet van 9 juli 1975 kunnen slachtoffers van een 'door een toevallig feit veroorzaakt verkeersongeval' in principe wel een tegemoetkoming van het GMWF genieten. Cassatie was echter duidelijk en oordeelde dat 'uit het vroegere artikel 50 van de wet blijkt dat het GMWF niet in een tegemoetkoming kan voorzien wanneer het voertuig dat het aan een toevallig feit te wijten ongeval heeft veroorzaakt, een voertuig is, waarvoor de Staat of een openbare instelling gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid tot vrijstelling van verzekering'.

Slachtoffers konden in die specifieke gevallen dus nog steeds geen vergoeding krijgen. Die situatie veranderde pas toen de wet van 1956 werd vervangen door de WAM-wet van 21 november 1989. De Staat en de openbare instellingen (uitgebreid naar onder meer Belgacom, Infrabel en bpost) werden verplicht om slachtoffers te vergoeden onder dezelfde voorwaarden als het GMWF, ook bij ongevallen wegens een toevallig feit veroorzaakt door hun voertuigen waarvoor ze geen verzekering dienden af te sluiten. De wet is op 6 mei 1991 in werking getreden.

Verschil in behandeling

Het Hof is in zijn arrest van 9 oktober 2014 van oordeel dat er 'een verschil in behandeling werd gecreëerd tussen de slachtoffers van een ongeval dat te wijten is aan een toevallig feit doordat de verplichtingen ten laste van de Staat of openbare instelling die gebruik hebben gemaakt van de vrijstelling van verzekering (zoals ze voortvloeien uit artikel 14 van de wet van 1956) niet onmiddellijk zijn aangepast bij de hervorming van artikel 50 van de wet van 1975, maar pas vanaf de inwerkingtreding van de wet van 21 november 1989'.

Het betrokken artikel 14§1 van de wet van 1956 werd daarom vernietigd. De bepaling schendt de Grondwet omdat het 'sinds de inwerkingtreding van het vroegere artikel 50 van de Controlewet Verzekeringen niet voorzag in een vergoeding van een slachtoffer van een verkeersongeval dat te wijten is aan een toevallig feit en werd veroorzaakt door een voertuig dat is vrijgesteld van verzekering'.

Slachtoffers van oude dossiers moeten dus ook een vergoeding kunnen krijgen van de Staat of betrokken openbare instelling.

Eerdere uitspraak prejudiciële vraag

Arrest 148/2014 ligt in het verlengde van een eerdere uitspraak in arrest 31/2013. In dat arrest werd de materie aangekaart via een prejudiciële vraag. Het Hof maakte toen al duidelijk dat de betrokken bepaling de Grondwet schendt.

Bron: GwH 9 oktober 2014, nr. 148/2014.

Share