Rentevoeten Deposito- en Consignatiekas vanaf mei 2012

Minister van Financiën, Koen Geens, heeft de parameters en voorwaarden gepubliceerd om de rentevoeten te bepalen die de Deposito- en Consignatiekas (DCK) zal gebruiken om de interesten te berekenen die ze vanaf 1 mei 2012 betaalt op bedragen die bij haar in bewaring zijn gegeven.

De Deposito- en Consignatiekas betaalt onder meer interesten voor:

in bewaring gegeven consignaties, vrijwillige bewaargevingen en alle categorieën van borgtochten;

sommen en financiële instrumenten ontvangen door een notaris;

consignaties omwille van minderjarigheid, onbekwaamverklaring, krankzinnigheid of vruchtgebruik en voor borgtochten in cash geld door hypotheekbewaarders;

sommen geconsigneerd in uitvoering van de faillissementswet, en

sommen ontvangen van het ?Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring?.

Parameters rentevoeten

Vanaf 1 mei 2012 genieten de consignaties, de vrijwillige bewaargevingen en alle categorieën van borgtochten, inclusief de bewaargevingen in euro, (zoals bedoeld in art. 28, 1ste lid, wet van 24 juli 2008 houdende diverse belapingen (I)) die bij de Deposito- en Consignatiekas in bewaring worden gegeven, van een rentevoet die gelijk is aan het rendement van de OLO (lineaire obligatie) met een vaste looptijd van 1 jaar zoals berekend door het Rentenfonds, verhoogd met 25 basispunten.

De sommen en financiële instrumenten ontvangen door een notaris (bij toepassing van art. 3 en art. 5 van het KB van 10 januari 2002) genieten vanaf 1 mei 2012 van een rentevoet die gelijk is aan het rendement van de OLO met een vaste looptijd van 1 jaar zoals berekend door het Rentenfonds, verhoogd met 75 basispunten.

De sommen die geconsigneerd zijn of geconsigneerd blijven ingevolge minderjarigheid, onbekwaamheid of krankzinnigheid van de rechthebbende, of in geval van het bestaan van een vruchtgebruik en de in geld gegeven borgtochten door de hypotheekbewaarders ter garantie van hun verplichtingen ten opzichte van derden, genieten vanaf 1 mei 2012 van een rentevoet die gelijk is aan het rendement van de OLO met een vaste looptijd van 3 jaar zoals berekend door het Rentenfonds.

De sommen die geconsigneerd zijn of geconsigneerd blijven in toepassing van artikel 51 van de faillissementswet van 8 augustus 1997, genieten vanaf 1 mei 2012 van een rentevoet die gelijk is aan het rendement van de OLO met een vaste looptijd van 5 jaar zoals berekend door het Rentenfonds.

Vanaf 1 mei 2014(!) genieten de sommen ontvangen van het Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring, van een rentevoet die gelijk is aan het rendement van de OLO met een vaste looptijd van 1 jaar zoals berekend door het Rentenfonds, verhoogd met 75 basispunten.

Berekening rentevoeten

Bovenstaande rentevoeten worden als volgt berekend:

de berekening heeft elke maand plaats op de vijfde laatste bankwerkdag van de betreffende maand en op basis van het rendement van een lineaire obligatie met vaste looptijd zoals berekend door het Rentenfonds en bekend gemaakt op zijn internetsite;

een gemiddelde rente wordt iedere maand berekend op basis van de dagelijks op bankwerkdagen door het Rentenfonds gepubliceerde rendementen, waarvan de eerste deze van de vijfde laatste bankwerkdag is van de vorige maand en de laatste deze van de zesde laatste bankwerkdag van de lopende maand;

een nieuwe intrestvoet wordt bepaald indien de aldus berekende gemiddelde rente met minstens 50 basispunten verschilt van de vorige berekende rentevoet. De nieuwe intrestvoet is gelijk aan de gemiddelde rente afgerond op 0,10%.

Indien na deze berekening blijkt dat er een nieuwe rentevoet moet worden aangenomen, wordt de rentevoet voor de sommen van kracht de eerstvolgende maand na deze berekening.
Opgelet! Voor de sommen geconsigneerd in uitvoering van de faillissementswet wordt deze nieuwe rentevoet van kracht de tweede volgende maand na de berekening.

De consignaties, de vrijwillige bewaargevingen en alle categorieën van borgtochten die aan de Deposito- en Consignatiekas worden toevertrouwd bij toepassing van artikel 28, 1ste lid, van de wet van 24 juli 2008 houdende diverse bepalingen (I), en die uitgedrukt zijn een andere munt dan de euro, genieten van een rentevoet die gelijk is aan de gemiddelde maandelijkse rentevoet die de beheerder van de deviezen aan de DCK uitkeert voor deze sommen, verminderd met 0,50% maar zonder dat de toegekende intrestvoet evenwel lager mag zijn dan 0,10%.

Rentevoeten

De rentevoeten zelf staan voortaan op de website van de Deposito- en Consignatiekas. Ze worden niet langer vastgesteld bij ministerieel besluit en verschijnen ook niet meer in het Belgisch Staatsblad.

De minister van Financiën zal enkel nog één keer per jaar de parameters en voorwaarden in het Belgisch Staatsblad publiceren om de rentevoeten te bepalen die de DCK zal gebruiken om de interesten te betalen op bij haar in bewaring gegeven bedragen.

In werking

Het MB van 6 maart 2014 treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 mei 2012.
Dit met uitzondering van het derde lid van artikel 1 dat in werking treedt op 1 mei 2014.

Bron: Ministerieel besluit van 6 maart 2014 tot vaststelling van de rentevoet van de vanaf mei 2012 uit te keren intresten voor de bij de Deposito- en Consignatiekas in bewaring gegeven consignaties, vrijwillige deposito's en borgtochten, BS 4 april 2014.

Zie ook:
- Wet van 17 juni 2013 houdende fiscale en financiële bepalingen en bepalingen betreffende de duurzame ontwikkeling, BS 28 juni 2013 - art. 114
- Programmawet van 22 juni 2012, BS 28 juni 2012 - art. 61
- Wet van 24 juli 2008 houdende diverse bepalingen (I), BS 7 augustus 2008 - art. 28, 1ste lid en art. 41, 1ste lid
- Koninklijk besluit nr. 150 van 18 maart 1935 tot samenschakeling van de wetten betreffende de inrichting en de werking van de Deposito- en Consignatiekas en tot aanbrenging van wijzigingen daarin krachtens de wet van 31 juli 1934, BS 21 maart 1935 - art. 17

Share