Recht op schadevergoeding bij stroomonderbreking en laattijdige aansluiting op elektriciteits- of gasnet

Vanaf 1 januari van volgend jaar hebben gezinnen en bedrijven recht op een schadevergoeding bij een langdurige stroomonderbreking of een laattijdige aansluiting of heraansluiting op het elektriciteits- of aardgasnet.

Een decreet van 20 december 2013 legt de grote principes van de aansprakelijkheid en vergoedingsplicht van de netbeheerders vast.
De details worden nog geregeld in een uitvoeringsbesluit.

Alternatief voor klassieke foutaansprakelijkheid

Het Belgische aansprakelijkheidsrecht steunt op het klassieke foutbegrip. Wie schade veroorzaakt, moet die schade vergoeden. Op voorwaarde dat de benadeelde persoon kan bewijzen dat er de schade minstens gedeeltelijk veroorzaakt werd door de fout.

Voor een energiegebruiker is het bijna onmogelijk om te bewijzen dat een netbeheerder een fout heeft begaan. Vandaar dat het decreet van 20 december 2013 alternatieven aanbiedt voor het klassieke aansprakelijkheidsrecht. Bij een laattijdige aansluiting of heraansluiting geldt er voortaan een regime van foutaansprakelijkheid met omkering van bewijslast. Het is dan aan de netbeheerder om te bewijzen dat hij géén fout beging en dus geen vergoeding moet betalen.

Bij een langdurige stroomonderbreking geldt er voortaan een regime van objectieve aansprakelijkheid: de netbeheerder moet een vergoeding betalen, zelfs als hij géén fout beging.

Voor storingen in de energietoevoer blijft het klassieke aansprakelijkheidsrecht bestaan, maar de beperkingen die de netbeheerders momenteel opleggen in hun aansluitingsreglementen, worden opgeheven en er wordt een regresrecht ingevoerd.

Klassieke schadevergoeding bij storing

De netbeheerder is voortaan bij decreet verplicht om een schadevergoeding te betalen aan de netgebruiker die is aangesloten op zijn elektriciteits- of aardgasnet en die schade heeft geleden als gevolg van een storing. En dit in overeenstemming met de wettelijke bepalingen, namelijk de regels op de contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid uit het Burgerlijk Wetboek (foutaansprakelijkheid) en de voorschriften van de Wet op de Productaansprakelijkheid (objectieve aansprakelijkheid). De netbeheerder zal zijn aansprakelijkheid niet meer kunnen beperken in het aansluitingsreglement, zoals nu nog het geval is.

De netbeheerder zal het totale schadebedrag wel nog kunnen plafonneren, maar het plafond wordt opgetrokken tot 2 miljoen euro per schadegeval, tegen 625.000 euro nu voor huishoudelijke afnemers. Het maximum geldt bovendien niet voor schade aan personen.

Als hij niet zelf de storing veroorzaakte, zal de netbeheerder in de rechten van de netgebruiker kunnen treden om de betaalde schadevergoeding te kunnen terugvorderen van de persoon die de schade veroorzaakte.

Een storing wordt in het decreet nogal cryptisch omschreven als: ?een overschrijding van de norm NBN EN 50160 in de elektriciteitstoevoer of elke afwijking van de toegelaten drukniveaus van het aardgasdistributienet?. In de memorie van toelichting bij het ontwerp van decreet wordt dieper ingegaan op de technische vereisten van zo'n storing (MvT, 16 en 20-21).

Er is geen forfaitaire vergoeding voorzien bij schade door storing. Dat is wél het geval in de volgende situaties.

Recht op vergoeding bij laattijdige aansluiting of heraansluiting

Wie een aanvraag heeft ingediend om aangesloten te worden op het elektriciteits- of aardgasnet, heeft recht op een vergoeding per dag vertraging in de aansluiting. De vergoeding bedraagt:

25 euro per dag vertraging voor een huishoudelijke afnemer;

50 euro per dag vertraging voor een bedrijf of een andere niet-huishoudelijke afnemer bij een laattijdige eenvoudige aansluiting; en 100 euro per dag vertraging voor een laattijdige aansluiting met detailstudie.

De netbeheerder moet ook een vergoeding betalen per dag vertraging bij een heraansluiting.
Het forfait bedraagt daar 75 euro per dag voor elke afnemer.

De netbeheerder is geen vergoeding verschuldigd ?als hij kan bewijzen dat hij de laattijdigheid van de (her-)aansluiting niet heeft kunnen beletten?. De netgebruiker ging bijvoorbeeld zelf in de fout, de aansluiting of heraansluiting werd verhinderd door de fout van een derde, of er was sprake van overmacht.

Recht op vergoeding bij langdurige stroomonderbreking

De netbeheerder is tot slot nog een vergoeding verschuldigd bij een niet-geplande stroomonderbreking van minstens 4 uur wegens technische redenen.
Het feit dat er zich zo'n stroomonderbreking voordoet, volstaat om de objectieve aansprakelijkheid te activeren. Om het even of de onderbreking te wijten is aan de netbeheerder of aan een derde persoon.

Er wordt overigens alleen een vergoedingsplicht ingesteld voor onderbrekingen in de elektriciteitstoevoer. En niet in de gastoevoer. Dat is omdat ?langdurige onderbrekingen in de gastoevoer nauwelijks, tot niet voorkomen?, zo lezen we in de memorie.

De vergoeding bedraagt hier 35 euro voor een huishoudelijke afnemer. Daar komt 20 euro bij voor elke bijkomende periode van 4 uur stroomonderbreking. De vergoeding wordt verdubbeld als de stroomonderbreking plaatsvindt in een periode waarin de Vlaamse regering verbiedt om de energietoevoer af te sluiten. Dus in de winter.

De vergoeding hangt bij een niet-huishoudelijke afnemer af van het verbruik. Zij zal overeenstemmen met 20% van de distributiekosten van de vorige maand, en zal altijd minstens 35 euro bedragen. Dat bedrag wordt met de helft - en minstens 20 euro - vermeerderd per bijkomende periode van 4 uur.

Er is geen vergoedingsplicht bij een noodgeval of overmacht. Bij een volledige black-out ten gevolge van een probleem op het hoogspanningsnet van Elia is er bijvoorbeeld sprake van overmacht.

Als hij de stroomonderbreking niet zelf heeft veroorzaakt, zal de netbeheerder in de rechten van de netgebruiker kunnen treden om het betaalde bedrag te kunnen terugvorderen van de persoon die de onderbreking heeft veroorzaakt.

De meningen liepen nogal uiteen over de vraag wanneer een stroomonderbreking, een langdurige stroomonderbreking werd. De bedrijfswereld vond een onderbreking van minder dan 4 uur al meer dan lang genoeg; de netbeheerders zelf opteerden voor een onderbreking van minstens 6 uur, omdat zij toch de tijd moeten krijgen om de stroomonderbreking te kunnen herstellen of noodgeneratoren aan te sluiten. Uiteindelijk werd er gekozen voor een onderbreking van minstens 4 uur.
Waarom 4 uur? Omdat voedingswaren na 4 uur beginnen te ontdooien in de diepvriezer.

Te indexeren bedragen

Alle forfaitaire vergoedingen worden vanaf 1 januari 2015 elk jaar geïndexeerd, op basis van het indexcijfer van juni van het jaar ervoor.

Geen automatische vergoeding

De netbeheerder zal de forfaitaire vergoeding niet automatisch toekennen. De netgebruiker zal er expliciet moeten om vragen. Hoe dat moet gebeuren, en binnen welke termijnen, moet nog bepaald worden in het uitvoeringsbesluit.

Alleen bij het forfait voor een langdurige stroomonderbreking zegt het decreet expliciet dat de aanvraag binnen de 30 dagen na de stroomonderbreking moet worden ingediend, en dat de netbeheerder binnen de 60 dagen moet laten weten of de aanvraag volgens hem gegrond is.
Het decreet zegt niet wat er moet gebeuren als de netbeheerder oordeelt dat de aanvraag tot vergoeding niet gegrond is...

Afwijkingen mogelijk in contract

Grootverbruikers beschikken meestal over een eigen back-upsysteem en ondervinden dus minder gevolgen van een storing of stroomonderbreking, dan kleinere energieverbruikers. Vandaar dat de netbeheerders en netgebruikers bij contract kunnen afwijken van alle nieuwe decretale voorschriften. De impact van deze versoepeling is echter beperkt. Enerzijds omdat de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt (Vreg) streng zal toezien op het behoud van het contractueel evenwicht tussen de netbeheerder en de netgebruiker. Maar vooral omdat de meeste energieconsumenten onder het algemene aansluitingsreglement vallen en zij dus geen individueel contract hebben gesloten met hun netbeheerder.

Alleen voor netbeheerders

Het huidige aansprakelijkheidsregime is alleen van toepassing op de (distributie-)netbeheerders. Dus op Iveg, Iverlek, Imewo, Inter-Energie, enzovoort. Niet op de energieleveranciers, zoals EDF-Luminus, Electrabel, Antargaz, Essent, Ecopower, enzovoort. Minister van Energie, Freya Van Den Bossche, motiveert dit onderscheid door erop te wijzen dat de netbeheerders een monopoliepositie hebben. Wat niet het geval is bij de energieleveranciers. Het staat iedereen vrij om van leverancier te veranderen, maar men kan alleen van netbeheerder veranderen als men verhuist.

Meer schade?

De nieuwe aansprakelijkheidsregels komen naast het klassieke aansprakelijkheidsregime te staan. Een netgebruiker die een hogere schade heeft geleden dan de forfaitaire vergoeding, kan nog altijd naar de rechtbank stappen om daar een vergoeding te vragen voor zijn werkelijk geleden schade.

Vanaf 1 januari 2015

Het decreet van 20 december 2013 treedt pas op 1 januari van volgend jaar in werking. Van Den Bossche wil de netbeheerders zo de tijd geven om hun aansluitingsreglementen en contracten aan te passen en om hun verzekeringspolissen bij te sturen. Bovendien moet de Vlaamse regering nog de voorwaarden vastleggen en een procedure uitwerken voor het indienen van de aanvragen voor een vergoeding.

In het Waals en in het Brussels gewest bestaat er eveneens een vergoedingsplicht voor netbeheerders.

Bron: Decreet van 20 december 2013 houdende wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de aansprakelijkheid van netbeheerders, BS 31 januari 2014.

Share