Eenheidsstatuut tussen arbeiders en bedienden zorgt voor nieuwe fiscale vrijstellingen

De wet van 26 december 2013 die het eenheidsstatuut tussen arbeiders en bedienden invoert, bevat nieuwe fiscale vrijstellingen voor werkgever en werknemer. Maar ze schaft ook de fiscale vrijstelling voor opzegvergoedingen af.

Geen fiscale vrijstelling voor opzegvergoedingen meer

Sinds 1 januari 2012 zijn 'bezoldigingen voor prestaties tijdens de opzegtermijn' en de opzegvergoedingen, die een werknemer van zijn werkgever ontvangt, vrij van belastingen tot maximum 425 euro (niet-geïndexeerd basisbedrag).
Vanaf 1 januari 2014 zou dit vrijgestelde bedrag zelfs verdubbeld worden tot 850 euro (niet-geïndexeerd basisbedrag).
Maar de wet van 26 december 2013 schaft de vrijstelling vanaf 1 januari 2014 (aj. 2015) af (opheffing art. 38, § 1, lid 1, 27°, en § 5, WIB 1992; art. 100, 1° en 2°, wet van 26 december 2013).

Hierbij is er wel een speciale overgangsregeling voor (nieuw art. 538, WIB 1992; art. 103, wet van 26 december 2013):

werknemers die ontslagen zijn vóór 1 januari 2014 (als de bezoldigingen voor prestaties tijdens de opzegtermijn en de opzegvergoedingen uitbetaald worden na die datum, verliezen de werknemers de vrijstelling niet);

werknemers die vanaf 1 januari 2014 worden ontslagen op voorwaarde dat ze cumulatief aan volgende voorwaarden voldoen: ze maken het voorwerp uit van een ontwerp van collectief ontslag dat ten laatste werd betekend op 31 december 2013, en ze vallen onder het toepassingsgebied van een cao die de gevolgen van het collectief ontslag omkadert en die ten laatste op 31 december 2013 werd neergelegd op de griffie van de Algemene Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de FOD WASO.

De verhoogde vrijstelling van 850 euro vanaf 1 januari 2014 is wel nog van toepassing onder de overgangsregeling, op voorwaarde dat de opzegging pas op of na 1 januari 2014 ter kennis is gebracht aan de werknemer.

Fiscale vrijstelling voor ontslagcompensatievergoeding

De wet van 26 december 2013 stelt de 'ontslagcompensatievergoeding' voor arbeiders vanaf 1 januari 2014 vrij van belastingen (nieuw art. 38, § 1, lid 1, 27°, WIB 1992; art. 100, 3°, wet van 26 december 2013).

Het gaat hier om de compensatievergoeding voor arbeiders met een hoge anciënniteit, die bij hun ontslag een korte opzegtermijn hebben omdat hun anciënniteit nog opgebouwd is onder het oude regime (vóór het eenheidsstatuut). De RVA past dan het verschil bij (onder de vorm van een ontslagcompensatievergoeding) tussen het bedrag dat de werkgever effectief betaalt als opzegvergoeding en het bedrag waarop de werknemer recht zou hebben als hij vanaf het begin onder het eenheidsstatuut zou gewerkt hebben.

Vrijstelling voor 'sociaal passief ingevolge het eenheidsstatuut'

Winsten en baten worden van belasting vrijgesteld tot beloop van een bepaald bedrag aan bezoldigingen toegekend aan werknemers die bij de betrokken belastingplichtige minimaal 5 dienstjaren hebben na 1 januari 2014.

Het vrij te stellen bedrag van de winsten of baten bedraagt 3 weken bezoldiging per begonnen dienstjaar vanaf het 6de dienstjaar na 1 januari 2014.
Vanaf het 21ste dienstjaar na 1 januari 2014 bedraagt de belastingvrijstelling 1 week bezoldiging per bijkomend begonnen dienstjaar. (nieuw art. 67quater, WIB 1992, onder de titel 'sociaal passief ingevolge het eenheidsstatuut'; art. 101 en art. 102, wet van 26 december 2013).

Later zal bij KB nog een maximumbezoldiging ingevoerd worden waarop de vrijstelling zal worden berekend.

Wanneer de betrokken werknemer de onderneming verlaat (niet via ontslag), moet het totale voor deze werknemer reeds vrijgestelde bedrag opgenomen worden in de winsten en baten van het belastbaar tijdperk waarin de tewerkstelling een einde neemt.

Bron: Wet van 26 december 2013 betreffende de invoering van een eenheidsstatuut tussen arbeiders en bedienden inzake de opzeggingstermijnen en de carenzdag en begeleidende maatregelen, BS 31 december 2013 - art. 100, art. 101, art. 102 en art. 103.

Zie ook:
Wet van 19 juni 2011 tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wat de werkbonus en de opzeggingsvergoeding betreft, BS 28 juni 2011 - art. 2, art. 3 en art. 7.

Share