Regels voor aanbieding van notariële akten voor registratie en bewaring van hypotheken gewijzigd (art. 45-63 en 87 DB Fiscaal)

De wetgever heeft een aantal maatregelen goedgekeurd om de akten die ter registratie en hypothecaire overschrijving aangeboden moeten worden sneller en efficiënter af te handelen.

Gelijktijdige aanbieding

Voortaan moeten deze akten gelijktijdig ter registratie en aan de hypotheekbewaarder aangeboden worden. In een eerste fase zal die maatregel enkel van toepassing zijn op de gedematerialiseerde akten en uiterlijk tegen 1 januari 2016 op de akten op papieren drager.

Uniformisering van de termijnen

De termijn om een notariële akte ter registratie en, in voorkomend geval, aan de hypotheekbewaarder voor te leggen zal 15 dagen bedragen behalve, in het kader van een openbare verkoop, voor een proces-verbaal van het ontbreken van hoger bod of van definitieve toewijzing; in dat geval zal hij 2 maanden bedragen.
Als de laatste dag van de termijn op een sluitingsdag van de betrokken bestuursoverheden valt, dan wordt hij verschoven naar de eerstvolgende werkdag.
De verlenging van de voorleggingstermijn aan de hypotheekbewaarder ingeval een zelfde akte betrekking heeft op onroerende goederen die in het ambtsgebied van verschillende kantoren gelegen zijn, wordt afgeschaft. In het huidige informaticatijdperk had dit in feite nog weinig zin.

Registratie en overschrijving van de bijlagen

Voor de registratie van de eventuele bijlagen bij een notariële akte moet voortaan een vast recht van 100 euro betaald worden, tenzij die bijlagen zelf aanleiding geven tot het innen van een bijzonder recht.
Indien de bijlage bij de akte een plan is dat opgenomen is in de databank van plannen van afbakening van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie en de akte daarnaar verwijst, moet dat plan niet geregistreerd worden en evenmin aan de hypotheekbewaarder aangeboden worden.

Uitreiking van uitgiften of uittreksels van akten

De notarissen mogen geen uitgiften, afschriften of uittreksels van de akten die zij ontvangen uitreiken zolang ze nog niet geregistreerd zijn.

Voortaan gelden er twee nieuwe uitzonderingen op dat verbod:

wanneer het uittreksel of de uitgifte dient om zich in te schrijven in de Kruispuntbank van Ondernemingen;

wanneer het gedematerialiseerde afschrift van de akte neergelegd is in de Notariële Aktebank. Merken we op dat die Bank nog altijd niet bestaat, maar de notarissen zullen hun akten er binnen een termijn van 5 dagen moeten neerleggen.

Bewaring uitgifte van de akte en het registratierelaas

Om de regelmatigheid van de notariële akten te kunnen controleren wanneer de akten al dan niet in de vorm van een gedematerialiseerde uitgifte neergelegd worden, moeten de notarissen een afschrift van de geregistreerde uitgifte (en haar eventuele bijlagen), en van het registratierelaas ervan gedurende 20 jaar bewaren.

In werking

Deze bepalingen treden in werking op 1 april 2014.

Bron: Wet van 21 december 2013 houdende diverse fiscale en financiële bepalingen, BS 31 december 2013 - art. 45 tot en met art. 63 en art. 87.

Zie ook:
- Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten van 30 november 1939, BS 1 december 1939 (W. Reg.) - nieuw art. 5bis, art. 6, art. 26, art. 32, art. 39, nieuw art. 158, art. 173, art. 177, art. 180, 1ste lid, nieuw art. 180bis, art. 1811, 1ste lid, art. 236, art. 260 en art. 261.
- Wetboek der successierechten - art. 144
- Hypotheekwet van 16 december 1851, BS 22 december 1851 - art. 1 en art. 2

Share