Inwerkingtreding nieuw jeugdbeschermingsrecht verschoven naar 2016

Jeugdrechters zullen criminele minderjarigen vanaf 2014 dan toch geen ambulante behandeling kunnen opleggen bij een psychologische of psychiatrische dienst, bij een dienst voor seksuele opvoeding of bij een dienst die deskundig is op het gebied van alcohol- of drugsverslaving. Ook intensieve educatieve begeleiding door een referentieopvoeder als maatregel van de jeugdrechtbank is nog niet voor morgen. De federale regering heeft de inwerkingtreding van deze bepalingen uit Jeugdbeschermingswet van 13 juni 2006 verschoven naar (uiterlijk) 1 januari 2016.

Dat deed ze al verschillende keren. Voornamelijk omdat de regio's niet tot een akkoord komen. Maar ook het College van Procureurs-generaal (Expertisenetwerk Jeugdbeschermingsrecht) heeft al om uitstel gevraagd. Dit keer ligt ook de Zesde Staatshervorming aan de basis van het uitstel. Daarbij wordt jeugdbescherming immers voor een deel overgeheveld naar de gemeenschappen.

De wet van 13 juni 2006 heeft het jeugdrecht grondig hervormd. Ze zorgt ervoor dat jeugdrechters meer maatregelen kunnen opleggen aan criminele minderjarigen. Heel wat van die bepalingen zijn vandaag al van toepassing, zoals de regels over het herstelgericht aanbod en de ouderstage. Andere zitten als sinds de publicatie van de wet op 19 juli 2006 in de koelkast. Ze blijven daar in principe tot een datum van inwerkingtreding wordt vastgelegd in een KB. Maar ten laatste op 1 januari 2016 moet de wet volledig van kracht zijn.

Bron: Wet van 21 december 2013 betreffende de wijziging van de inwerkingtreding van sommige artikelen van de wet van 13 juni 2006 tot wijziging van de wetgeving betreffende de jeugdbescherming en het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd, BS 30 december 2013.

Zie ook
Wet van 31 december 2012 houdende diverse bepalingen betreffende justitie, BS 31 december 2012.

Share