Nieuwe GAS-wet: voorwaarden GAS-registers, GAS-ambtenaren en protocolakkoorden

Op 1 januari 2014 treedt de nieuwe GAS-wet in werking. Net voor het jaareinde verschenen nog een aantal noodzakelijke uitvoeringsbesluiten in het Staatsblad. Daarin zet de federale regering de puntjes op de i m.b.t. het GAS-register, de kwalificatie van sanctionerende ambtenaren, de aanwijzing van de vaststellers en het opstellen van protocolakkoorden bij gemengde inbreuken.

Opvragen en beschermen van gegevens uit GAS-register

De nieuwe GAS-wet verplicht de gemeenten om een GAS-register bij te houden met daarin een overzicht van alle GAS-boetes en alternatieve maatregelen (gemeenschapsdienst of lokale bemiddeling) die zijn opgelegd. Meerdere gemeenten kunnen dit samen doen. Hoewel in heel wat gemeenten al zo'n GAS-register bestaat, gelden voortaan strikte voorwaarden over de inhoud en het gebruik ervan. De wet maakt al duidelijk welke gegevens precies moeten worden opgenomen (o.a. persoonsgegevens en informatie over de aard van de gepleegde feiten en de aard van de sanctie). Al deze gegevens worden gedurende 5 jaar bewaard vanaf de datum dat de sanctie werd opgelegd of de maatregel werd voorgesteld. Daarna wordt de informatie vernietigd of geanonimiseerd.

Nu staat ook op papier wat er met de opgeslagen gegevens kan gebeuren en welke voorwaarden gelden bij de verwerking van de informatie. Belangrijk daarbij is dat de politiediensten en het openbaar ministerie de persoonsgegevens kunnen opvragen in het kader van hun opdrachten. Het meedelen van de gevraagde informatie is een taak van de gemeentelijke ambtenaar die verantwoordelijk is voor de verwerking van de GAS-gegevens. Die ambtenaar staat ook in voor de bescherming van de persoonsgegevens in het GAS-register. Meer concreet gaat het over de bescherming van de netwerken en toegangsbeveiliging, de loggingverplichting en de toegangscontrole en de bewaking en het onderhoud van het systeem. Hij is ook verplicht om een plan op te stellen voor het beheer van veiligheidsincidenten.

Daarnaast dragen ook alle personen 'die in de uitoefening van hun ambt meewerken aan het verzamelen, verwerken of toezenden van gegevens aan het GAS-register' hun verantwoordelijkheid bij de bescherming van de gegevens. Verder moeten de verantwoordelijken voor de verwerking van een GAS-register een onafhankelijk veiligheidsadviseur aanduiden. Die zal onder meer veiligheidsadviezen geven, documentatie bezorgen en een veiligheidsbeleid opstellen en uitvoeren. Hij kan daarbij optreden als 'consulent inzake informatieveiligheid en bescherming van de persoonlijke levenssfeer'.

De GAS-wet geeft sanctionerende ambtenaren toegang tot het GAS-register. Zij kunnen die bevoegdheid overdragen aan één of meer personen die instaan voor de invoering van gegevens in het register. Maar alleen wanneer dat strikt noodzakelijk is. De betrokkenen worden schriftelijk aangeduid.

De federale regering verplicht de gemeenten tot slot om tweejaarlijks een verslag naar de minister van Binnenlandse Zaken te sturen. Daarin geven ze een overzicht van het aantal administratieve boetes en alternatieve maatregelen die zijn opgelegd. Ze maken daarbij een onderscheid tussen het type inbreuk (o.a. administratieve inbreuken gemengde inbreuken) en tussen meerderjarigen en minderjarigen. De minister trekt met de informatie naar het Parlement.

Verplichte opleiding voor elke sanctionerende ambtenaar

GAS-boetes kunnen alleen worden opgelegd door een sanctionerende ambtenaar. Dit zijn niet de ambtenaren die de inbreuken vaststellen of die de bemiddelingsprocedures leiden.

Het is in principe de gemeenteraad die de sanctionerende ambtenaar aanduidt. Dat kan de gemeentesecretaris zijn, een contractueel of statutair ambtenaar of een personeelslid van de samenwerkingsverbanden die tot stand zijn gebracht op basis van het decreet intergemeentelijke samenwerking (Vlaams Gewest). Voor Brussel zijn dit personeelsleden van de verenigingen die zijn opgericht op basis van de wet op de intercommunales en voor Wallonië personeelsleden van de samenwerkingsstructuren op basis van het Wetboek van de plaatselijke democratie en decentralisatie. Financiële beheerders van een gemeente mogen geen sanctionerend ambtenaar zijn.

De gemeenteraad kan ook aan de provincieraad vragen om een provincieambtenaar naar voor te schuiven voor de functie. Gemeenten kunnen ook samen een ambtenaar aanwijzen. Ze sluiten daarvoor een samenwerkingsovereenkomst. In elk geval is voor iedere aanwijzing het advies van de bevoegde procureur des Konings nodig. Er gelden strikte aanwijzingsvoorwaarden: sanctionerende ambtenaren moeten bijvoorbeeld beschikken over een bachelor- of master in de rechten of een bachelor in de rechtspraktijk en ze mogen niet veroordeeld zijn geweest tot een correctionele of criminele straf (m.u.v. bepaalde veroordelingen m.b.t. het wegverkeer).

Elke sanctionerende ambtenaar is verplicht om een opleiding van 20 uur te volgen gespreid over maximaal 5 dagen. Die opleiding bestaat uit 3 delen: de algemene principes van het strafrecht, de GAS-wetgeving (met extra aandacht voor de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de sanctionerende ambtenaar) en conflictbeheersing. De opleiding wordt afgesloten met examens. Sanctionerende ambtenaren die al in dienst waren vóór 1 januari 2014, mogen hun functie verder blijven uitoefenen, maar ook zij moeten een deel van de opleiding volgen. En dat vóór 1 januari 2016.

Inning GAS-boete

Wie een GAS-boete krijgt, moet die binnen de maand (volgend op de dag dat de beslissing uitvoerbaar is geworden) betalen. Door storting of overschrijving op een rekening van het gemeentebestuur of in handen van de financieel beheerder van de gemeente.

Vaststelling inbreuken

Vanaf 2014 kunnen niet alleen politieambtenaren of bepaalde gemeentelijke ambtenaren inbreuken vaststellen. De wetgever laat ook toe dat bijzondere veldwachters, provinciale en gewestelijke ambtenaren vaststellingen kunnen doen, net als de personeelsleden van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en autonome gemeentebedrijven en de aangewezen personeelsleden van de openbare vervoersmaatschappijen. Net als voor de sanctionerende ambtenaren zijn er ook voor hen strikte aanwijzingsvoorwaarden. Zo geldt o.m. een minimumleeftijd van 18 jaar en is een getuigschrift van het secundair onderwijs verplicht.

Elke vaststeller moet een opleiding volgen van 40 uur, gespreid over maximaal 10 dagen. Tijdens de opleiding komt onder meer de GAS-wetgeving aan bod, conflictbeheersing, richtlijnen voor het vaststellen van overtredingen en algemene werkingsprincipes van de politiediensten. Voor het vaststellen van de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en overtredingen van de bepalingen betreffende verkeersbord C3 moet een bijkomende opleiding van minstens 8 uur worden gevolgd. Van alle vakken wordt een examen afgelegd. Wie al voor 1 januari 2014 als vaststeller aan de slag was, mag die taak verder blijven uitoefenen, maar moet een deel van de opleiding volgen. Ze mogen pas inbreuken vaststellen m.b.t. het parkeren en stilstaan of het verkeersbord C3 wanneer ze slagen in de bijkomende opleiding.

Vaststellers dragen een identificatiekaart bij zich. Het model daarvan wordt later door de minister van Binnenlandse Zaken vastgelegd.

Model van protocolakkoord tussen gemeente en procureur des Konings

Gemeenten kunnen een protocolakkoord sluiten met de bevoegde procureur des Konings wanneer ze in hun reglementen of verordeningen andere gemengde inbreuken voorzien dan de verkeersinbreuken. Een protocolakkoord is verplicht wanneer ze overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en overtredingen van de bepalingen betreffende verkeersbord C3 (uitsluitend vastgesteld door automatisch werkende toestellen) hebben ingeschreven. De federale regering heeft nu een modelakkoord vastgelegd.

Een akkoord bestaat steeds uit 3 delen:

een wettelijk kader;

de verkeersinbreuken op het vlak van stilstaan en parkeren en de inbreuken tegen het verkeersbord C3; en

de andere gemengde inbreuken.

Het akkoord bepaalt onder meer de manier van communicatie, de behandeling van de inbreuken en de te volgen procedure.

1 januari 2014?

De 4 KB's van 21 december 2013 treden in werking op 1 januari 2014.

Bron: Koninklijk besluit van 21 december 2013 tot vaststelling van de nadere voorwaarden en het model van het protocolakkoord in uitvoering van artikel 23 van de wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, BS 27 december 2013.

Bron: Koninklijk besluit van 21 december 2013 tot vaststelling van de bijzondere voorwaarden betreffende het register van de gemeentelijke administratieve sancties ingevoerd bij artikel 44 van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, BS 27 december 2013.

Bron: Koninklijk besluit van 21 december 2013 tot vaststelling van de kwalificatie- en onafhankelijkheidsvoorwaarden van de ambtenaar belast met de oplegging van de administratieve geldboete en tot inning van de boetes in uitvoering van de wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, BS 27 december 2013.

Bron: Koninklijk besluit van 21 december 2013 tot vaststelling van de minimumvoorwaarden inzake selectie, aanwerving, opleiding en bevoegdheid van de ambtenaren en personeelsleden die bevoegd zijn tot vaststelling van inbreuken die aanleiding kunnen geven tot de oplegging van een gemeentelijke administratieve sanctie, BS 27 december 2013.

Zie ook
Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, BS 1 juli 2013. (?de nieuwe GAS-wet?)

Share