RSZ verstrengt sancties voor werkgevers die betalingstermijnen niet respecteren

Voor de werkgeversbijdragen die verschuldigd zijn vanaf het vierde kwartaal van 2013 wordt de termijn waarbinnen de RSZ kan afzien van de toepassing van geldelijke sancties ingekort met één maand. Werkgevers die de wettelijke betalingstermijnen niet respecteren krijgen dus minder tijd om hun verplichtingen alsnog na te komen.

Sancties

Werkgevers moeten hun bijdragen binnen de wettelijk vastgestelde termijnen aan de RSZ betalen. Doen ze dat niet, dan moeten ze in beginsel een bijdrageopslag betalen.

Die bedraagt 10% van het bedrag dat niet binnen de wettelijke termijn is betaald. Bovendien loopt vanaf het verstrijken van de wettelijke termijn een verwijlintrest van 7% per jaar. Tot 31 augustus 1996 was dat 8%. De verwijlintrest is verschuldigd tot op de dag van de betaling.

Tweede maand

In bepaalde gevallen kan de RSZ afzien van de toepassing van die geldelijke sancties. Het uitvoeringsbesluit bij de RSZ-wet bepaalt namelijk dat de RSZ kan afzien van de toepassing van de bijdrageopslagen en de verwijlintresten wanneer de bijdragen betaald werden vóór het einde van het kwartaal volgend op de dag waarop zij betrekking hebben.

Dat wordt nu ?de tweede maand die volgt op het kwartaal waarop ze betrekking hebben?. Het regime wordt dus strenger. Want de werkgever krijgt één maand minder de tijd om alsnog zijn bijdragen te betalen.

Hetzelfde geldt voor de vaste vergoeding die de werkgever moet betalen wanneer hij voor een kwartaal voorschotten verschuldigd is en zijn verplichtingen niet nakomt. En ook voor de toepassing van de sanctie voor het niet op tijd indienen van de kwartaalaangifte volgt men dezelfde redenering. De RSZ kan afzien van de toepassing van de vergoeding wanneer de kwartaalaangifte en haar bijlagen ingediend werden voor het einde van de tweede maand die volgt op het kwartaal waarop ze betrekking hebben.

De nieuwe regeling wordt voor het eerst toegepast op de bijdragen die betrekking hebben op het vierde kwartaal van 2013. In het Staatsblad van 13 december 2013 heeft de FOD Sociale Zekerheid overigens een 'wijziging' gepubliceerd die het 'Reglement van 22 februari 1974 genomen in toepassing van artikel 55, § 1' aanpast aan de nieuwe situatie.

Administratieve instructies

Dit alles betekent dat het KB van 4 december 2013 de administratieve instructies van de RSZ heeft vertaald. De RSZ verwoordt het zelf als volgt:

?Wanneer de werkgever de niet binnen de wettelijke termijnen betaalde bijdragen betaalt vóór de tweede maand die volgt op het kwartaal waarvoor zij verschuldigd zijn én de werkgever de bijdragen voor de vroegere kwartalen, eventueel met inbegrip van de betaling van de maandelijkse voorschotten, gewoonlijk binnen de wettelijke termijnen betaalt, kan de RSZ afzien van het aanrekenen van bijdrageopslagen en verwijlintresten.?

Let op! De RSZ laat ook weten dat men enkel zal afzien van de toepassing van de sanctie wanneer werkgever een aanvraag indient bij de 'cel Afbetalingsplannen van de directie Inning'. De RSZ ziet dus niet langer automatisch af van het aanrekenen van bijdrageopslagen en verwijlintresten!

Voorschotten

Daarnaast bevat het nieuwe KB nog een luik dat de sanctie tempert die men toepast op werkgevers die voor een kwartaal voorschotten verschuldigd zijn en hun verplichtingen niet nakomen.

Zoals hierboven aangegeven, bestaat de sanctie uit een vaste vergoeding die verschuldigd is volgens de 'schijf' van de aangegeven bijdragen voor het betrokken kwartaal.
De RSZ kon al verminderingen van de geldelijke sancties toekennen. En het KB van 4 december 2013 voegt nu een nieuwe paragraaf in waardoor men de vermindering met 50% van het bedrag van de bijdrageopslagen en van de vaste vergoeding voortaan kan optrekken tot 100%.

Dit kan 'wanneer de werkgever, die zijn bijdragen niet gewoonlijk buiten de termijnen betaald heeft en die door het niet-betalen binnen de vastgestelde termijn van de voor bedoeld kwartaal aangegeven bijdragen de regelmatige financiering van de sociale zekerheidsregeling niet schaadt, voor een gegeven kwartaal (K), de bijdragen die betrekking hebben op dit kwartaal (K) heeft betaald voor het einde van de derde maand die volgt op het kwartaal en die de bijdragen voor het volgend kwartaal (K+1) heeft betaald binnen de termijnen'.

Deze aanvulling treedt retroactief in werking op 1 oktober 2013.

Bron: Koninklijk besluit van 4 december 2013 tot wijziging van artikel 55, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, BS 13 december 2013

Zie ook:
? Wijziging van het Reglement van 22 februari 1974 genomen in toepassing van artikel 55, § 1, gewijzigd bij artikel 1 van het koninklijk besluit van 23 januari 1974, en van artikel 61 van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, BS 13 december 2013
? Koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, BS 5 december 1969 (artikel 55 van het uitvoeringsbesluit bij de RSZ-wet)
? Instructies RSZ 2013/4

Share