Vrederechter ziet bevoegdheden veranderen

De oprichting van een familierechtbank binnen elke rechtbank van eerste aanleg - uiterlijk op 1 september 2014 - zorgt ook voor veranderingen bij de vrederechter.

Familiale geschillen

Zijn bevoegdheid op het vlak van familiale geschillen is hij grotendeels kwijt. Die verhuizen immers naar de nieuwe familierechtbank. Het gaat bv. om dringende en voorlopige maatregelen bij echtelijke moeilijkheden en om geschillen over onderhoudsgeld na de echtscheiding.

Vorderingen tot 2.500 euro

De vrederechter neemt voortaan kennis van alle vorderingen die niet meer dan 2.500 euro bedragen. Tot nu lag de grens op 1.860 euro. Vorderingen die de wet aan zijn rechtsmacht onttrekt - ook al gaat het om niet meer dan 2.500 euro - vallen niet onder zijn bevoegdheid. Dat is bv. ook het geval voor de vorderingen die expliciet zijn toegewezen aan de familie- en jeugdrechtbank.

Belangrijke nieuwigheid is bovendien dat dit bedrag voortaan heel eenvoudig - bij een gewoon KB - kan aangepast worden. Maar het nieuwe bedrag mag niet hoger zijn dan het bedrag dat uit de indexeringsformule voortvloeit (nieuw indexeringsbedrag is gelijk aan het basisbedrag, vermenigvuldigd met het nieuwe indexcijfer (indexcijfer oktober) en gedeeld door het aanvangsindexcijfer (oktober 2013)).

Als de Koning kiest voor een dergelijke aanpassing, moet het nieuwe bedrag ten laatste in november bekendgemaakt worden. Het wordt van kracht op 1 januari van het jaar daarop. En het is niet van toepassing op vorderingen die voor die datum zijn ingesteld.

Andere nieuwe bevoegdheden

Belangrijk is ook dat de vrederechter nu bevoegd wordt voor de vorderingen om maatregelen tot gerechtelijke bescherming. En ook met vorderingen over het vermoeden van afwezigheid kan men bij de vrederechter terecht. Hij spreekt zich ook uit over vorderingen om een curator aan te wijzen bij een doofstomme.

Hij wordt ook bevoegd voor geschillen over wat er met overledenen moet gebeuren (bv. cremeren of begraven). En voor de aan het leefloon gerelateerde verplichtingen tot levensonderhoud.

Territoriale bevoegdheid

In alle zaken over minderjarigen is de vrederechter van de woonplaats van de minderjarige bevoegd. Heeft die geen woonplaats, dan wordt het de vrederechter van zijn verblijfplaats. In andere zaken gelden de gewone of bijzondere bevoegdheidsregels van het Gerechtelijk Wetboek.

Inwerkingtreding

De wet van 30 juli 2013 tot invoering van de familie- en jeugdrechtbank voert deze nieuwe bevoegdheidsregeling in. Ze treedt uiterlijk in werking op 1 september 2014. Maar de Koning kan de wet eerder in werking doen treden.

Bron: Wet van 30 juli 2013 betreffende de invoering van een familie- en jeugdrechtbank, BS 27 september 2013.

Share