Opheffing bankgeheim: nu ook verplichte kennisgeving bij vraag van buitenlandse fiscus

Tot nog toe moest de fiscus geen kennisgeving aan de belastingplichtige sturen als het bankgeheim werd doorbroken naar aanleiding van een vraag van een buitenlandse fiscus. Het Grondwettelijk Hof heeft deze uitzonderingsmaatregel nu vernietigd.

Opheffing bankgeheim

Sinds 1 juli 2011 kan de fiscus aan een bank-, wissel-, krediet- of spaarinstelling inlichtingen vragen over de rekeningen van een belastingplichtige zodra er aanwijzingen zijn van belastingontduiking of als hij van plan is om een indiciaire aanslag te vestigen. Er is wel toestemming nodig van een gewestelijk directeur van de belastingen. En de belastingplichtige moet eerst de kans gekregen hebben om te antwoorden op een ?vraag om inlichtingen' van de fiscus.

Op het moment dat de fiscus gegevens opvraagt bij een bank-, wissel-, krediet- of spaarinstelling, moet hij de belastingplichtige daarvan in kennis stellen. Hij moet daarbij ook ?de aanwijzing of de aanwijzingen van belastingontduiking? meedelen die de vraag aan de financiële instelling rechtvaardigen. De fiscus is ook verplicht om een kennisgeving te sturen als hij van plan is om een indiciaire aanslag te vestigen Deze kennisgeving moet de precieze elementen vermelden die aanleiding hebben gegeven tot dat voornemen (art. 333/1, §1, 1ste lid, WIB 1992).

Er moet geen kennisgeving verstuurd worden als de rechten van de Schatkist in gevaar zijn (art. 333/1, §1, 2de lid, WIB 1992).
De kennisgevingsplicht geldt ook niet als de fiscus inlichtingen vraagt aan het centraal aanspreekpunt. Dat aanspreekpunt zal een register bijhouden met alle rekeningen van het land, zodat de fiscus in één keer kan zien bij welke financiële instellingen iemand rekeningen heeft.

Kennisgeving nu ook bij vraag uit buitenland

Tot nog toe moest de fiscus ook geen kennisgeving aan de belastingplichtige sturen als het bankgeheim werd doorbroken naar aanleiding van een vraag van een buitenlandse fiscus.
In het 3de lid van artikel 333/1, §1, WIB 1992 staat immers dat ?het eerste lid (verplichte kennisgeving) evenmin van toepassing is op de vragen vanwege de in artikel 322, §4 bedoelde buitenlandse administraties?.

Het Grondwettelijk Hof vernietigt nu deze uitzonderingsmaatregel.
Het annulatieverzoek werd ingediend tegen artikel 9, 2° van de ?wet van 7 november 2011 houdende fiscale en diverse bepalingen', dat het 3de lid van artikel 333/1, §1, WIB 1992 heeft ingevoerd.
Het Hof vernietigt nu artikel 9, 2° van de wet van 7 november 2011.
Voor het overige blijft de kennisgeving voor de fiscus verplicht, inclusief de uitzondering wanneer de rechten van de schatkist in gevaar zijn.

Beperking vernietiging

Het Hof ?handhaaft de gevolgen van de vernietigende bepaling ten aanzien van alle toepassingen die ervan zouden gemaakt zijn vóór de bekendmaking van dit arrest in het Belgisch Staatsblad?.

Bron: Grondwettelijk Hof, Arrest nr. 66/2013 van 16 mei 2013, inzake het beroep tot vernietiging betreffende de artikelen 7, 9 en 11 van de wet van 7 november 2011 houdende fiscale en diverse bepalingen, ingesteld door de vzw ?Liga van belastingplichtigen? en anderen.

Zie ook:
Wet van 7 november 2011 houdende fiscale en diverse bepalingen, BS 10 november 2011 (ed. 3), 68.008 - art. 7, art. 9 en art. 11.

Share