Erkenningsnormen voor gespecialiseerde opvangcentra mensenhandel

Er komen erkenningsnormen voor centra die gespecialiseerd zijn in de opvang en begeleiding van slachtoffers van mensenhandel en zwaardere vormen van mensensmokkel. Die moeten garanties bieden op een kwaliteitsvolle opvang. Erkende centra kunnen meteen ook de rechten van de slachtoffers verdedigen. De drie bestaande centra - Payoke, PAG-ASA en Sürya - krijgen hun erkenning onmiddellijk.

Gespecialiseerde opvangcentra

Slachtoffers van mensenhandel en van zwaardere vormen van mensensmokkel worden wegens hun kwetsbare situatie opgevangen in gespecialiseerde centra. Daar krijgen ze tijdelijke opvang en de nodige psychologische, medische en juridische hulp. Het zijn die centra waarmee de politiediensten en inspectiediensten de slachtoffers in contact moeten brengen.

Erkenningscriteria

Om zeker te zijn dat de opvang van deze slachtoffers op een kwaliteitsvolle manier gebeurt, komen er strikte erkenningscriteria.

Alleen in België gevestigde vzw's die de opvang, begeleiding en huisvesting van slachtoffers van mensenhandel en zwaardere vormen van mensensmokkel als belangrijkste maatschappelijk doel hebben, kunnen een erkenning als gespecialiseerd centrum krijgen. Ze moeten daarnaast ook - in België - zorgen voor de administratieve en juridische opvolging van slachtoffers.

Een erkend centrum moet een strategisch en operationeel plan hebben. Het plan verduidelijkt de administratieve, psychosociale, juridische en medische begeleiding van de slachtoffers. Het geeft aan met welke middelen - zowel op materieel als personeelsvlak - het centrum dit zal realiseren. Het centrum moet om de vijf jaar een dergelijk plan maken en bezorgt het aan de minister van Justitie en de staatssecretaris voor Asiel en Migratie.

Jaarlijks maakt het erkend centrum ook een verslag met vergelijkbare statistische gegevens over de opvang van slachtoffers van mensenhandel. Het gaat onder meer over het aantal slachtoffers, hun leeftijd en geslacht, en de uitbuiting waarmee ze te maken hebben gehad.

Het centrum moet de richtlijnen volgen over de toepassing van de procedure inzake de afgifte van verblijfstitels aan slachtoffers van mensenhandel. En samenwerken met andere opvangcentra.

Beperkt aantal

De regering wil het aantal erkende centra beperken tot wat echt nodig is voor de administratieve en juridische opvolging van de slachtoffers van mensenhandel.

Hoeveel er precies zullen zijn, kan bijvoorbeeld afhangen van het aantal geopende dossiers van slachtoffers van mensenhandel bij de Dienst voor Vreemdelingenzaken.

Procedure

Een centrum vraagt zijn erkenning aan bij de minister van Justitie, met daarbij de nodige stavingsstukken.

De erkenning wordt gegeven bij KB, en dit op voorstel van de minister van Justitie en de minister die bevoegd is voor Vreemdelingenzaken.

Een erkenning geldt voor vijf jaar en kan telkens met vijf jaar verlengd worden. Op voorstel van beide ministers kan de erkenning wel ingetrokken worden. Dit wanneer het centrum niet meer aan de erkenningsvoorwaarden voldoet. Maar het centrum krijgt wel de mogelijkheid om vooraf zijn standpunt over een eventuele intrekking te geven.

Akkoorden met andere centra

Gespecialiseerde centra kunnen met andere centra akkoorden sluiten voor de opvang van slachtoffers die een bijzondere opvolging vragen. Bijvoorbeeld minderjarigen.

Verdediging slachtoffers

De erkenning als gespecialiseerd opvangcentrum geldt meteen ook als erkenning om voor slachtoffers als burgerlijke partij op te treden. Op die manier kunnen de rechten van de slachtoffers op een correcte manier verdedigd worden.

Een aparte erkenningsprocedure om in rechte te kunnen optreden, is niet nodig. Die zou de administratieve last voor de centra onnodig verzwaren.

PAG-ASA, Payoke en Sürya

De vzw's PAG-ASA in Brussel, Payoke in Antwerpen en Sürya in Luik - nu al actief in de opvang van slachtoffers van mensenhandel - krijgen hun erkenning als gespecialiseerd centrum onmiddellijk. Vanaf 22 mei 2013 en dit voor vijf jaar.

Bijzondere verblijfsprocedure

Ter herinnering. De Vreemdelingenwet geeft aan de slachtoffers van mensenhandel en van zwaardere vormen van mensensmokkel een bijzonder beschermingsstatuut, als ze meewerken met het gerechtelijk onderzoek. Essentiële voorwaarde is wel dat ze gedurende de ganse verblijfsprocedure begeleid worden door een gespecialiseerd centrum. Enkel dat centrum kan trouwens de verblijfsdocumenten (of verlengingen) aanvragen in het kader van het bijzondere verblijfsstatuut.

Nog dit. Een zwaardere vorm van mensensmokkel is bv. een mensensmokkel die gebeurt onder bedreigingen of waarbij het leven van het slachtoffer opzettelijk in gevaar is gebracht.

Inwerkingtreding

Het KB van 18 april 2013 treedt in werking op 1 juni 2013.

Bron: Koninklijk besluit van 18 april 2013 inzake de erkenning van de centra gespecialiseerd in de opvang en begeleiding van slachtoffers van mensenhandel en van bepaalde zwaardere vormen van mensensmokkel en inzake de erkenning om in rechte op te treden, BS 22 mei 2013.

Zie ook:
Vreemdelingenwet, art. 61-2 tot 61-5, 77bis en 77quater
Wet van 13 april 1995 houdende bepalingen tot bestrijding van de mensenhandel en van de mensensmokkel, art. 11
Artikel 433 quinquies Sw.

Share