Brussels wetboek bundelt maatregelen luchtkwaliteit, klimaat en energie

Brussel heeft een Wetboek voor Lucht, Klimaat en Energie. Het bundelt niet alleen de bestaande reglementering, maar concretiseert ook heel wat nieuwe ambities. Zo gaat de regering vol voor de reductie van het aantal parkeerplaatsen aan kantoorgebouwen om het autoverkeer naar de hoofdstad te verminderen. Er komt onder meer ook een wettelijke basis om lageemissiezones in te stellen en het PLAGE-programma (Plan voor Lokale Actie voor Gebruik van Energie) wordt verplicht voor bedrijven of verenigingen die gebruiker of eigenaar zijn van meer dan 100.000 m² aan gebouwen.

Geïntegreerde aanpak

Brussel gaat met het wetboek voor een geïntegreerde aanpak van zijn lucht, klimaat- en energiebeleid. In de eerste plaats groepeert en vervolledigt het wetboek de huidige eisen op vlak van luchtkwaliteit, klimaatbeheersing en energieverbruik waaronder ook de milieuaspecten die gelden voor vervoer. Daarnaast zorgt het ook voor de omzetting van een aantal Europese richtlijnen: richtlijn 2010/31 op de energieprestatie van gebouwen, richtlijn 2009/29/EG met de nieuwe regels voor de handel in broeikasgasemissierechten en richtlijn 2008/99/EG op de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht.

4 boeken

Het wetboek bestaat uit 4 boeken:

Boek 1: Algemene bepalingen ? groepeert de gemeenschappelijke bepalingen en concentreert zich op de opstelling, de goedkeuring en de uitvoering van een geïntegreerd Lucht-Klimaat-Energieplan

Boek 2: Sectorale maatregelen ? bevat de bepalingen voor de bouw- en de transportsector.

Boek 3: Specifieke bepalingen voor lucht en klimaat ? gaat dieper in op de handel en uitstoot van broeikasgassen

Boek 4: Slotbepalingen

Doelstellingen

Het wetboek stelt 9 algemene doelstellingen centraal waaronder de beheersing van het energieverbruik, de bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en de vermindering van de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen. Het wetboek promoot ook de voorbeeldfunctie van de overheid op vlak van de energieprestatie van gebouwen, het rationele energiegebruik en het transport.

- Gewestelijk Lucht-Klimaat-Energieplan

De Europese lidstaten zijn verplicht plannen voor te leggen aan de Europese commissie over de luchtkwaliteit, de acties op vlak van energie-efficiënte, de verhoging van het aantal gebouwen met een bijna energieneutraal verbruik en acties voor energie uit hernieuwbare bronnen. Brussel kiest er in het wetboek voor om één gewestelijk Lucht-Klimaat-Energieplan op te stellen dat deze verschillende issues in een zelfde strategische visie groepeert. Het plan behandelt onder meer de maatregelen die

het aantal nieuwe gebouwen met gering energieverbruik en de energieprestatie van de gebouwen geleidelijk verbeteren;

de energie-efficiëntie in het eindgebruik verbeteren;

het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen aanmoedigen, vooral in de bouw- en de transportsector;

de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen en broeikasgassen in de sectoren mobiliteit en bouw verminderen en zich aanpassen aan de klimaatveranderingen om de impact ervan op het Gewest te beperken; en

de bewaking en het beheer van de luchtkwaliteit verstrengen.

- Vermindering milieu-impact bouwsector
Het Brussels Wetboek implementeert de bepalingen uit richtlijn 2010/31 op de energie-efficiëntie van gebouwen. In het bijzonder de vereisten voor gebouwen met een ?bijna energieneutraal energieverbruik', de integratie ervan in het Lucht-Klimaat-Energieplan en de hogere betrokkenheid van de overheid.

Verder wordt onder meer PLAGE, plan voor lokale actie voor het gebruik van energie, verplicht voor bedrijven en verenigingen die eigenaar of gebruiker zijn van gebouwen die samen een totale oppervlakte van meer dan 100.000 m2 innemen. Tot nog toe werden plages nog vrijwillig opgemaakt. Bovendien hadden de oproepen tot projecten enkel betrekking op scholen, gemeenten en ziekenhuizen.

- Vermindering milieu-impact mobiliteit
Het wetboek machtigt de regering maatregelen te treffen die de milieu-impact van het wegverkeer verminderen. De regering wil daarbij voornamelijk het autoverkeer in de hoofdstad verminderen en het gebruik van schonere wagens aanmoedigen.

Het wetboek voorziet daarbij de mogelijkheid om het aantal parkeerplaatsen bij kantoorgebouwen die gemakkelijk bereikbaar zijn met het openbaar vervoer te beperken. Dit moet werknemers aanmoedigen om minder met de wagen te komen werken. Via de milieuvergunning zullen voor parkeerplaatsen dezelfde strenge normen worden opgelegd zoals die vandaag al gelden voor nieuwbouw via de stedenbouwkundige vergunning. Bedrijven die beslissen om overtollige parkeerplaatsen te behouden, betalen een milieubelasting. Het bedrag daarvan is afhankelijk van de zone waarin het bedrijf ligt. Bedrijven die zeer goed bereikbaar zijn met het openbaar vervoer liggen in zone A en betalen bijvoorbeeld 450 euro per plaats per jaar (vanaf tweede jaar, jaarlijks verhoogd met 10%; basisbedragen worden jaarlijks geïndexeerd).

- Voorbeeldfunctie overheid
In dit kader machtigt het wetboek de regering onder meer om minimum energieprestaties op te leggen die de gewestelijke overheid of openbare vervoersmaatschappijen moeten naleven bij de aankoop van nieuwe voertuigen of bij hun inverkeersstelling op het gewestelijke grondgebied.

- Handel in emissierechten
Richtlijn 2003/87 werd grondig gewijzigd door richtlijnen 2008/101 en 2009/29. Er kwamen nieuwe toewijzingsregels voor emissierechten, voor het verkrijgen van emissierechten door veilingen, er werden nieuwe sectoren (luchtvaart) en nieuwe gassen (N2O) opgenomen en er kwam een procedure voor de geleidelijke vermindering van de kosteloos toegewezen emissierechten. Sinds 2013 is het verkrijgen van emissierechten d.m.v. een veiling de regel voor de elektriciteitssector en voor de koolstofopslag- en afvang. Voor de overige sectoren geldt een overgangssysteem dat neerkomt op een jaarlijkse vermindering van een hoeveelheid emissierechten om in 2010 te komen tot 30% kosteloos toegewezen emissierechten en de afschaffing ervan in 2027. Het wetboek implementeert deze wijzigingen. Belangrijke nieuwigheid is de afschaffing van het gewestelijk toewijzingsplan.

Let op de bepalingen gelden, als gevolg van arrest nr. 33/2011 van het Grondwettelijk Hof, niet voor de luchtvaartsector.

In werking?

Boeken 1, 3 en 4 van het wetboek treden in werking op 31 mei 2013, 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad. De Brusselse regering zal later de datum van inwerkingtreding bepalen van Boek 2.

Bron: Ordonnantie van 2 mei 2013 houdende het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing, BS 21 mei 2013.

Zie ook
Ontwerp van ordonnantie houdende het Brussels Wetboek van lucht, klimaat en energie, Parl. Br. 2013, nr. A-353/1.

Share