Grondwettelijk Hof vernietigt fiscale overgangsregeling voor passiefwoningen

Het Grondwettelijk Hof heeft de overgangsbepaling vernietigd die de belastingvermindering voor lage-energiewoningen, passiefwoningen en nulenergiewoningen laat uitdoven.

Overgangsregeling

De belastingvermindering voor lage-energiewoningen, passiefwoningen en nulenergiewoningen wordt afgeschaft vanaf aanslagjaar 2013. Daar heeft een verzamelwet van 28 december 2011 voor gezorgd. Enkel de belastingverminderingen voor dakisolatie bleven gedeeltelijk bestaan.

Er geldt wel een overgangsregeling voor wie al een bouwproject heeft opgestart. Het belastingvoordeel wordt nog toegekend gedurende 10 jaar (opeenvolgende belastbare tijdperken) waarin is vastgesteld dat de woning een lage-energiewoning, een passiefwoning of een nulenergiewoning is. Dat moet blijken uit een specifiek certificaat.

Dit op voorwaarde dat de woning vóór 1 maart 2012 gecertificeerd was. De wetgever heeft het over woningen waarvoor ten laatste op 31 december 2011 een certificaat is uitgereikt. Maar de certificaten die tussen 1 januari 2012 en 29 februari 2012 werden uitgereikt, worden geacht te zijn uitgereikt op 31 december 2011. Op voorwaarde dat de aanvraag ten laatste op 31 december 2011 werd ingediend.

Certificaat

Toch blijkt die overgangsregeling nu te bruusk. Sommige bouwers die al lange tijd contractueel gebonden waren, kregen het bewuste certificaat niet op tijd en missen de belastingvermindering op de valreep. Vaak gaat het om bedragen van meer dan 1.000 euro gedurende 10 jaar. Dus stapten enkelen onder hen naar het Grondwettelijk Hof.

En ze haalden hun slag thuis. De datum waarop het conformiteitscertificaat wordt verkregen is het criterium van onderscheid. En daardoor maakt de wetgever het volgens het hof mogelijk dat categorieën van belastingplichtigen die op alle vlakken vergelijkbaar zijn, toch verschillend worden behandeld ?door gebeurtenissen die buiten hen liggen'. Denk maar aan vertragingen op de bouwplaats die te wijten zijn aan de aannemer, overmacht, of de omvang van de uit te voeren werkzaamheden.

Overeenkomst

Volgens het hof is dat verschil in behandeling overdreven voor belastingplichtigen die niet onder de overgangsregeling vallen, hoewel zij hun aannemingsovereenkomst toch vóór de bekendmaking van de wet houdende diverse bepalingen van 28 december 2011 hebben gesloten. Bovendien acht het hof het onredelijk dat de belastingplichtige zo snel het bewijs moet leveren dat de uitgaven daadwerkelijk tot een vermindering van het energieverbruik hebben geleid.

Met andere woorden: de overgangsregeling uit de verzamelwet van 28 december 2011 wordt door het hof volledig vernietigd. Want de wetgever heeft nagelaten om die overgangsregeling ook toe te staan voor woningen waarvoor vóór de bekendmaking van de verzamelwet een verkoop- of aannemingsovereenkomst is gesloten. En dit is een onverantwoord verschil in behandeling volgens het hof.

Er is dus maar één mogelijke oplossing: de overgangsregeling uitbreiden tot iedereen die vóór de bekendmaking van de wet al gebonden was aan een contract en hen ook de belastingvermindering toekennen. Ook die woningen moeten nog in aanmerking komen voor de vanaf het aanslagjaar 2013 opgeheven belastingvermindering.

Bron: Grondwettelijk Hof, arrest nr. 63/2013 van 8 mei 2013

Zie ook:
Wet van 28 december 2011 houdende diverse bepalingen, BS 30 december 2011 (art. 41, A, 4° en 51 WDB)

Share