Langlopende vergunningen voor repetitieve natuurwerken (art. 32 en 34 Verzameldecreet Milieu)

Normaal gezien heb je een vergunning nodig voor natuurwerken die verder gaan dan ?normaal onderhoud'. Momenteel moet je voor élke wijziging van de vegetatie of van een klein landschapselement, een aparte natuurvergunning aanvragen. Het Verzameldecreet Milieu legt echter de basis voor de toekenning van één langlopende vergunning, die geldig zal zijn voor meerdere werken.

Het Agentschap voor Natuur en Bos zal één vergunning kunnen toestaan voor meerdere samenhangende, of periodiek terugkerende activiteiten die een wijziging van de vegetatie of van een klein landschapselement inhouden.

Zo'n ?verzamelvergunning' zal alleen mogelijk zijn als aan de volgende voorwaarden voldaan wordt:

De aanvrager vermeldt in zijn vergunningsaanvraag duidelijk welke activiteiten hij wil uitvoeren, op welke lokatie, met welke frequentie, en gedurende welke termijn.

De werken mogen geen vermijdbare schade veroorzaken aan de natuur en de aanvrager respecteert de code van goede natuurpraktijk. Dat is de zogenaamde ?natuurtoets? van artikel 16 van het Natuurdecreet.

En als de werken worden uitgevoerd in natuurgebieden die tot het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) behoren, moet eerst een passende beoordeling gebeuren.?Die moet uitwijzen of de geplande werken een betekenisvolle aantasting kunnen veroorzaken van de natuurlijke kenmerken van een speciale beschermingszone. Dat is de zogenaamde ?habitattoets? van artikel 36, §3-6 van het Natuurdecreet.

Het decreet zelf zegt niet hoe lang de verzamelvergunning geldig zal zijn. De Memorie van Toelichting bij het ontwerp van Verzameldecreet heeft het over een vergunning die geldig is ?voor meerdere jaren? en geeft daarbij de volgende toelichting: 'Voor meerdere jaren' dient geïnterpreteerd te worden als een termijn waarin het mogelijk is om de ecologische impact met voldoende garantie te kunnen voorspellen.

De Vlaamse regering zal in een besluit nog bepalen welk soort informatie de vergunningvrager moet meegeven op het vlak van termijn, lokatie, frequentie en aard van de geplande werken.

Bron: Decreet van 1 maart 2013 houdende diverse bepalingen inzake landbouw, leefmilieu en natuur en ruimtelijke ordening, BS 15 april 2013 (ed. 2), 23.027. (art. 32 en 34 Verzameldecreet Milieu).

Share