Onroerende Voorheffing: Vlaanderen past regels aan voor inkohiering, betaling en uitvoerend beslag

Vlaanderen heeft in het KB/WIB 1992 de regels aangepast voor de inkohiering, de betaling, de verjaring, het uitvoerend beslag op onroerend goed en het uitvoerend beslag onder derden, wat betreft de onroerende voorheffing in het Vlaamse Gewest. De nieuwe regels gelden vanaf 16 mei 2013.

Kohieren

De aanslagen worden op naam van de betrokken belastingplichtigen ten kohiere gebracht.
Aanslagen ten laste van overleden belastingplichtigen worden ten kohiere gebracht op hun naam, voorafgegaan van het woord ?Nalatenschap'.
Als een onroerend goed in onverdeeldheid toebehoort aan meerdere belastingplichtigen, wordt de aanslag in de onroerende voorheffing (OV) ten kohiere gebracht hetzij op naam van alle belastingplichtigen, hetzij op naam van één of meer van hen gevolgd door de vermelding ?en rechthebbenden'.
(nieuw art. 133, KB/WIB 1992 (Vl. Gewest))

Betaling

De OV, met inbegrip van de opcentiemen, intresten, boetes en kosten, moeten worden betaald:

door storting of overschrijving op de rekening van de Vlaamse Belastingdienst (Vlabel), ofwel

met een gecertificeerde of gewaarborgde vooraf gekruiste cheque, ten gunste van Vlabel, getrokken op een financiële instelling die aangesloten of vertegenwoordigd is bij een betaalsysteem die bereikbaarheid garandeert voor alle banken, ofwel

door elektronische betaling met een debetkaart (bankkaart), verricht aan een betaalterminal in de kantoren van Vlabel.

De Vlaamse minister van Financiën en Begroting of zijn gedelegeerde kan andere betalingswijzen toestaan.

De belastingschuldige moet op het betaalformulier de gestructureerde mededeling vermelden die Vlabel heeft opgegeven.

Behoudens tegenbewijs gelden als bewijs van betaling:

voor stortingen, de door bpost of de financiële instelling gedagtekende ontvangstbewijzen;

voor overschrijvingen, cheques en elektronische betalingen met een debetkaart, verricht aan een betaalterminal in de kantoren van Vlabel, de rekeninguittreksels en erbij behorende stukken.

Betalingen van belastingen, met inbegrip van de opcentiemen, intresten, boetes en kosten, hebben uitwerking:

voor stortingen en voor overschrijvingen, op de datum waarop de rekening van het Vlaamse Gewest wordt gecrediteerd;

voor betalingen met een gecertificeerde of gewaarborgde cheque, op de datum waarop Vlabel de cheque ontvangt;

voor de betalingen in handen van de gerechtsdeurwaarder, op de datum van de afgifte van de fondsen in handen van de gerechtsdeurwaarder;

voor elektronische betalingen met een debetkaart, verricht aan een betaalterminal in de kantoren van Vlabel die de rekeninghouder zelf heeft uitgevoerd, op de werkelijke datum van de verrichting.

De Vlaamse minister van Financiën en Begroting of zijn gedelegeerde bepaalt de datum waarop de betaling uitwerking heeft als hij een andere betaalwijze toestaat.

(nieuwe art. 139 en 142, KB/WIB 1992 (Vl. Gewest))

Verjaring

De regels over de verjaring van de onroerende voorheffing in het Vlaams Gewest worden in het KB/WIB 1992 geschrapt.
(schrapping art. 145, KB/WIB 1992 (Vl. Gewest))

Uitvoerend beslag op onroerend goed

Ook de regels over het uitvoerend beslag op onroerend goed, die golden voor het Vlaams Gewest, worden in het KB/WIB 1992 geschrapt.
(schrapping art. 160, KB/WIB 1992 (Vl. Gewest))

Uitvoerend beslag onder derden

De gemachtigde Vlaamse ambtenaren kunnen met een ter post aangetekende brief uitvoerend beslag onder derden leggen op de aan een belastingschuldige verschuldigde of toebehorende sommen en zaken. Dit tot beloop van het bedrag (geheel of gedeeltelijk) dat door die laatste verschuldigd is uit hoofde van belastingen, voorheffingen, belastingverhogingen, nalatigheidsinteresten, boeten en kosten van vervolging of tenuitvoerlegging. Het beslag wordt ook met een ter post aangetekende brief aan de belastingschuldige aangezegd. Als de belastingschuldige in België noch in het buitenland een bekende woonplaats, verblijfplaats of gekozen woonplaats heeft, is de aanzegging van het beslag bij een ter post aangetekende brief gericht aan de bevoegde procureur des Konings (art. 40, GW).

Dat beslag heeft uitwerking vanaf de overhandiging van het stuk aan de geadresseerde.

De belastingschuldige kan tegen het beslag met een ter post aangetekende brief verzet aantekenen bij de gemachtigde Vlaamse ambtenaren. Dit binnen de 15 dagen, te rekenen vanaf de derde werkdag die volgt op de datum van afgifte ter post van de aanzegging van het beslag. De belastingschuldige moet binnen dezelfde termijn met een ter post aangetekende brief de derde-beslagene inlichten.

Als het beslag slaat op inkomsten als vermeld in artikel 1409, § 1 en § 1bis, en artikel 1410 van het Gerechtelijk Wetboek, bevat de aanzegging, op straffe van nietigheid, het aangifteformulier voor kind ten laste waarvan de minister van Justitie het model bepaalt (art. 1409ter, § 1, eerste lid, GW).

Het beslag geeft aanleiding tot het opmaken en het verzenden, door de Vlaamse gemachtigde ambtenaren die met de invordering belast zijn, van een bericht van beslag als vermeld in artikel 1390 van het Gerechtelijk Wetboek.

Onder voorbehoud van het nieuwe artikel 164, §1 van het KB/WIB 1992 (Vl. Gewest) zijn op het beslag vermeld in deze paragraaf, artikel 1539, 1540, 1542, eerste en tweede lid, en 1543 van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing. Met dien verstande dat het bedrag van het beslag wordt afgegeven in handen van de bevoegde Vlaamse ambtenaren.

De kosten voor de ter post aangetekende brieven zijn ten laste van de belastingschuldige.

De belastingschuldige wordt op de hoogte gebracht van de bestemming van de betalingen en van het saldo na de betalingen.

Het uitvoerend beslag onder derden moet worden uitgevoerd bij deurwaardersexploot op de manier vermeld in artikel 1539 tot 1544 van het Gerechtelijk Wetboek, als blijkt dat:

de belastingschuldige zich verzet tegen het uitvoerend beslag onder derden vermeld in het nieuw art. 164, §1, KB/WIB 1992 (Vl. Gewest);

de derde-beslagene zijn schuld tegenover de belastingschuldige betwist;

de sommen en zaken het voorwerp zijn van een verzet of beslag onder derden vóór het uitvoerend beslag onder derden (nieuw art. 164, §1, KB/WIB 1992 Vl. Gewest) gedaan door andere schuldeisers;

de zaken te gelde moeten worden gemaakt.

Het door de Vlaamse gemachtigde ambtenaren gelegde beslag (met toepassing van het nieuwe art. 164, § 1, KB/WIB 1992 Vl. Gewest) blijft zijn bewarend effect behouden als een uitvoerend beslag onder derden bij deurwaardersexploot wordt gelegd (als vermeld in art. 1539, GW), binnen een maand na de afgifte ter post van het verzet van de belastingschuldige vermeld in het nieuw artikel 164, § 1, derde lid, van het KB/WIB 1992 (Vl. Gewest) of van de verklaring vermeld in art. 1452 van het Gerechtelijk Wetboek.
(nieuwe art. 164 en 165, KB/WIB 1992 (Vl. Gewest))

In werking

Deze nieuwe regels treden in werking op 16 mei 2013.

Bron: Besluit van de Vlaamse Regering van 15 maart 2013 houdende diverse bepalingen betreffende financiën en begroting, BS 6 mei 2013, 26.410.

Share